Hoofdtekst
Komt een man bij de dokter die zegt: 'Dokter, ik ben half doof ' 'Hoe bedoelt u: half doof?'
'Nou,' zegt die man, 'ik hoor steeds precies de helft van wat iemand zegt.'
'Daar heb ik nog nooit van gehoord,' zegt de dokter. 'Ik zal er even naar kijken. Gaat u daar maar in de hoek staan, met uw rug naar me toe. Dan ga ik in de andere hoek staan, en moet u alles nazeggen wat ik zeg.' Dus die man gaat in de hoek staan, met de rug naar de dokter toe.
Zegt de dokter: 'Achtentachtig.'
Zegt die man: 'Vierenveertig.'
'Nou,' zegt die man, 'ik hoor steeds precies de helft van wat iemand zegt.'
'Daar heb ik nog nooit van gehoord,' zegt de dokter. 'Ik zal er even naar kijken. Gaat u daar maar in de hoek staan, met uw rug naar me toe. Dan ga ik in de andere hoek staan, en moet u alles nazeggen wat ik zeg.' Dus die man gaat in de hoek staan, met de rug naar de dokter toe.
Zegt de dokter: 'Achtentachtig.'
Zegt die man: 'Vierenveertig.'
Beschrijving
Man komt bij de dokter want hij is half doof, hij hoort precies de helft. De dokter doet een test door hem te laten nazeggen wat hij zegt. Als de dokter achtentachtig zegt, antwoordt de man vierenveertig.
Bron
G.M.M. Kuipers: Goede humor, slechte smaak. Een sociologie van de mop. Enschede 2001, p.281
Commentaar
18 januari 2001
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20