Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

GRAAN001

Een personal narrative (mondeling), donderdag 02 augustus 2001

335.jpg
336.jpg

Hoofdtekst

Graancirkel Lelystad
Bezoek: donderdag 2 augustus 2001 (ca. 9.30 – ca. 13.00 uur)
Boer: Pleun Piek (geboren in 1966)
Locatie: tarweveld bij Lisdoddeweg 60
Aard graancirkel: abstract pictogram, ca. 100 meter in doorsnee (niet te zien vanaf de weg, wel vanuit de lucht). De graancirkel is niet geheel voltooid: in een drietal lussen is het graan niet meer platgemaakt. Een andere lus kwam niet goed uit en stopt aan de rand van het voeder-bietenveld. In het middelste sproeispoor bevindt zich midden in de cirkel een gat: hierin heeft de stok gestaan waarmee met een touw is gewerkt. Volgens de boer zijn ook laars-afdrukken gevonden, maar die heb ik zelf niet gezien. Niet alle tarwe ligt mooi plat: sommige halmen zijn weer overeind gekomen.

Om circa 8.30 uur vertrok ik vanuit Zeewolde (Flevoland) met de auto richting Lelystad. Na ca. 30 kilometer rijden kwam ik aan bij de Lisdoddeweg. De precieze locatie van de graancirkel was mij onbekend. De Lisdoddeweg bleek een zeer langgerekte, smalle boerenweg met zwaar boerenverkeer. Ik ben tweemaal de hele weg afgereden zonder de graancirkel te ontdekken, en ook een omtrekkende route leverde niets op. Het enige dat ik tegenkwam was een veld met hier en daar platgewaaid graan. Ik heb een boerenarbeider op het veld het exemplaar van de Spits getoond en gevraagd of hij boer Piek kende en of hij van de graancirkel af wist. Het antwoord luidde ontkennend; het enige dat de man wist, was dat ik me wel op de Lisdoddeweg bevond. Toen ik even later bij een andere boerderij iemand zag lopen, ben ik daar het erf opgegaan. Een oudere boer kende boer Piek wel. Hij wist niet op welk nummer Piek woonde, maar duidde aan: na de kruising de tweede boerderij aan de rechterkant. Vervolgens ben ik naar het erf van Piek gereden op de Lisdoddeweg 60. Ik werd begroet door een vriendelijke hond. De achterdeur van het huis werd geopend door mevrouw Piek. Zij bleek een Australische te zijn, die wat onwennig Nederlands sprak; ik stelde haar voor om Engels te spreken. Ik vroeg haar hoe ik bij de graancirkel kon komen. Ze legde uit hoe ik er vanaf de weg kon komen. Ik wilde echter ook haar man spreken. Daarvoor moest ik achter het erf het pad doorrijden, naar het achterste veld met voederbieten.
Ik zette mijn auto achter de oude, bontgeschilderde Deux Chevaux-bestel van de boer. De jonge boer was zelf met zijn vader aan het werk in het bietenveld: er werd onkruid geschoffeld en getrokken. Via een paadje tussen de bieten en de uien door probeerde ik het tweetal te bereiken, maar zij werkten juist de andere kant op. De boer dacht aanvankelijk dat ik een controleur van het Waterschap was omdat ik in de richting van de sloot liep (waar het gewas tegenwoordig een meter vanaf moet staan; bij 90 cm. volgt al een boete). Op gebaren van de boer keer ik terug naar de auto, waar ik het tweetal ontmoet. Ze dragen rubberen kappen over hun broekspijpen, omdat de gewassen nog erg vochtig zijn. Ik stel me voor en geef mijn visitekaartje. De boer en zijn vader willen wel even wat vertellen over de graancirkel. Van dit gesprekje is een opname gemaakt.

TM = Theo Meder
PP = Pleun Piek
VP = vader Piek

TM: "Hoe lang ligt 'ie d'r al? Van zaterdag heb ik begrepen?"
PP: "Ja. Ja."
TM: "En heeft u hem ook zaterdag ontdekt?"
PP: "Nee, maandagochtend."
TM: "Maandagochtend pas. En op welk moment moet de graancirkel volgens u ontstaan zijn?"
PP: "Vrijdagnacht."
TM: "'s Nachts dus."
PP: "Ja."
TM: "Daar gaat u van uit dat het 's nachts gebeurd is."
PP: "Mijn vader die is hier vrijdagmiddag langsgelopen, en toen was die er niet."
TM: "Toen was 'ie er niet."
PP: "Volgens ons. Maar pa... Of was 'ie er...? Waarschijnlijk donderdag ben je er langsgelopen, hè?"
VP: "Vrijdag."
PP: "Maar ik ben niet helemaal zeker of 'ie nou donderdagnacht ontstaan is of vrijdagnacht."
TM: "Nee nee."
PP: "Ik denk vrijdagnacht."
TM: "Want hier vandaan zie je hem ook niet, toch?"
VP: "Het was hoogstwaarschijnlijk van vrijdag op zaterdag..."
PP: "Ja, je ziet hem vanaf de grond heel slecht."
TM: "Ja."
PP: "Maar ja, vanuit de lucht zie je hem natuurlijk onmiddellijk."
TM: "Ja."
PP: "Maar ik ben niet elke dag in de lucht."
TM: "Nee, dat snap ik, hahaha. Uhm... Goeiemorgen [gezegd tegen de vader]. Uhm... Maar u heeft er zelf niks van gemerkt, dat 'ie ontstaan is, dat 'ie gemaakt is, of...?"
PP: "Helaas niet."
TM: "Helaas niet, want anders hadden de... daders weggejaagd geworden?"
PP: "Behoorlijk!"
TM: "Ja."
PP: "Behoorlijk!"
TM: "Ja."
PP: "Dan hadden ze de politie op de nek gehad."
TM: "Ja."
VP: "Weggegaan? We hadden ze gewoon gesommeerd om de schade te betalen."
PP: "Nou, weggestuurd ook."
TM: "Hoeveel is de schade... ongeveer?"
VP: "Ja... Nou ja... Schat jij eens?"
PP: "Een duzend of twee zeker, hoor."
TM: "Zoveel?!"
VP: "Ja."
PP: "Ja. We hebben dus graan wat plat ligt. Dat raap ik gewoon niet meer op met m'n combine. En nou met al die toeristen die d'r komen: die vertrappen de boel ook nog eens."
TM: "D'r komen dus ook veel mensen kijken nog?"
PP: "Ja, die komen straling opvangen, en weet ik wat allemaal."
TM: "Ja?"
PP: "Ja."
TM: "En die komen op dit af [wijs op krantenfoto], of is er nog veel meer in de kranten verschenen? Dit is de Spits."
PP: "Nee, een heleboel kranten staat 'ie in. Een heleboel kranten."
VP [leest voor]: "'Boer Piek staat voor een raadsel'. Hahaha."
TM: "Ja! Staat u voor een raadsel?"
PP: "Nee, niet meer, hoor! ik ben gewoon uh..."
VP: "Welke krant is dit?"
TM: "Dit is de Spits. Die krijg je gratis als je met de trein reist."
VP: "O! O, op zo'n manier."
PP: "Wij zijn gewoon de dupe van modern vandalisme. Zo ken je het omschrijven. "
TM: "Okee."
PP: "Mijn mening, hoor!"
TM: "Ja, nee, daar gaat het om."
PP: "Anderen zijn het niet met me eens: die denken echt dat hier een ufo gestationeerd is voor een tijdje..."
TM: "Dat zijn de mensen die komen kijken, waarschijnlijk?"
PP: "Sommige ja, sommige, die uh..."
VP: "We hebben natuurlijk deskundigen d'r bij gehad."
TM: "O, die zijn al geweest?"
VP: "Ja."
PP [wijst op mijn memorecorder]: "Dat ding draait hoor!"
TM: "Ja, ik neem het wel op, maar..."
VP: "O, hahaha."
PP: "Als je het maar niet op de radio uitzendt."
TM: "Nee, ik zend het niet uit."
VP: "Die hadden al gauw in de gaten, natuurlijk, dat het nep was."
TM: "Ja? De deskundigen zeiden dat het nep was?"
VP: "Herman Hegge die had het uh..."
PP: "Ze lopen naar de midden..."
TM: "Ja."
PP: "... het centrale punt. En daar staat gewoon een gat in de grond waar de stok gestaan heb. Anders maak je zoiets nooit, zonder touw."
TM: "Nee. Nee, ik snap het."
PP: "Maar dan zijn d'r ook weer, die zeggen: ja maar ufo's die laten ook gaten in de midden achter."
TM: "O ja."
PP: "Maar ik heb inmiddels wel in de gaten: een hele hoop mensen, die willen echt per se d'r in geloven, hoor."
TM: "Ja."
PP: "Dat moet en dat zal. Nou ja: ga je gang."
VP: "Nou ja, d'r zijn natuurlijk wel van die cirkels gevonden in Engeland, waarvan ze níet hebben constateren dat die met de hand gemaakt is."
TM: "Hmhm."
VP: "Ja, misschien zijn er hele specialisten in: dat ze het zo kunnen doen, dat je het absoluut niet ziet. Maar hier kun je het..."
PP: "Hij is slordig. En hij is niet afgemaakt volgens mij."
TM: "Want ergens in het midden... Nee, kijken, die randen, die hadden nog leeg gemoeten."
PP: "Die had 'ie ook nog vol moeten trappen. En hier die."
TM: "En deze."
PP: "En hier golft het en slingert het."
TM: "Ja."
VP: "Hier kan je het goed zien: hier is het helemaal niet rond. D'r zit gewoon een rechte kant d'r an. Want het zijn twee verschillende variëteiten van tarwe. Deze is vroeger rijp dan die. Die was dus groener, en die konden ze minder makkelijk plat krijgen."
TM: "Oh ja."
PP: "Die kwam terug."
VP: "Die trapten ze naar beneden, maar die kwam weer terug."
TM: "U denkt dat ze het gewoon met de voeten gedaan hebben?"
VP: "Nou ja, we hebben gehoord van..."
PP: "Met rollen of met planken."
TM: "Met rollen..."
PP: "Met je voeten doe je dat niet."
VP: "Herman Hegge die zegt: ze hebben twee touwtjes an d'r handen, en bij wijze van spreken een bezemsteel, die zit d'r onder an. En als je dan maar telkens op die steel trapt, elke keer veertig, vijftig centimeter verder, nou, dan kun je het zo plat maken. Hij zegt: ga maar een bezemsteel en twee touwtjes halen, dan zal ik 't je wel effe voordoen."
TM: "Ja."
PP: "Ja, d'r leg al genoeg plat."
VP: "Ja, daarom..."
PP: "Daar leg ik geen tarwe voor, om het plat te leggen."
TM: "Nee. En dit is de eerste keer, dat u dit overkomt?"
PP: "Ja. Ja."
TM: "Eerste keer. En hoeveel mensen komen er ongeveer af op zo'n cirkel, per dag?"
PP: "Een mannetje of zes, zeven..."
TM: "Oh."
VP: "Ja, maar het weekend komt nog..."
PP: "Het is nog maar net bekend."
VP: "Hahaha."
TM: "Ja, okee..."
PP: "Maar ik denk dat ik een bord ga zetten: graancirkel."
TM: "En een emmertje of zo, voor geld?"
PP: "Ja, tientje intree."
TM: "Ah, dan doen ze het niet. Maar een gulden, dat gooit iedereen d'r zo in."
VP: "In Engeland moet je twee pond betalen."
PP: "Voor een tientje komen ze hoor. Een dagkaart een tientje. Overnachten vijfentwintig gulden."
TM: "Hahaha."
PP: "Straling opvangen."
VP: "Nee, maar in Engeland, daar rekenen ze twee pond. Nou, da's al zevenenhalve gulden."
TM: "Ja, jaja."
PP: "Aangezien je hier tweeduizend gulden schade heb..."
VP: "Je moet toch wat proberen..."
PP: "... dan moet ik al 200 man hebben voor ik het terugverdiend heb. Nou, die krijg ik niet. Dus met een gulden, dan moet ik 2000 man hebben. Dan hoef ik hier nooit meer met een combine heen."
VP: "Hahaha, nee."
PP: "Dan hoef ik niet eens meer te ploegen. Dan is het alsof er een koppel varkens overheen gerend hebben, denk."
TM: "Ja. Maar u zei: het zijn wel allemaal van die zweverige types, die d'r op af komen?"
PP: "Sommige. Sommige die hebben ook wel een verhaal dat je denkt van: ja... zo zou het ook kennen. Maar d'r zijn d'r bij, die moet je echt terug naar de aarde roepen."
TM: "Haha."
VP: "Het had natuurlijk ook wel mooi geweest, als het geen mensenwerk geweest was."
PP: "Nee, dat was veel interessanter geweest. Maar d'r zijn d'r gisteren: die liepen al zó [houdt armen als vleugels van een vliegtuig, met de handpalmen naar de grond gericht]."
TM: "O ja."
VP: "Die konden de tinteling in de vingers voelen."
PP: "Ja. Zelf mijn eigen missis."
VP: "Hahaha."
TM: "Ja?"
PP: "Die geloofde helemaal niet in die flauwekul, maar die zegt: ja, ik voel echt wat. Ja, nou..."
TM: "Hahaha, ja."
VP: "Daar moeten we het dan maar eens een keer over hebben."
PP: "Het zijn vast van die aren geweest: die kietelden onder d'r vingers."
TM: "Maar goed: over de betekenis van die cirkel en die boodschap hoef ik u dus niets te vragen, want dat is gewoon..."
VP: "Ja, jawel, uh..."
PP: "Mijn vader die weet daar meer van."
TM: "Ja?"
PP: "Het is een perspectief, hè?"
VP: "Dat heb ik inmiddels gezien van Engelse graancirkels: ja, echt hartstikke mooi."
TM: "Ja."
PP: "Wat zei ma nou? Het was een...?"
VP: "Herman Hegge die bracht twee krantjes mee – die heb je moeder meegenomen. Van vorig jaar december en dit jaar januari, en daar staan dus verschillende foto's in van graancirkels die ze dus vorig jaar in juni en in juli in Engeland ontdekt hebben."
TM: "Ja."
VP: "Ja, daar is dit gewoon prutswerk bij."
TM: "Ja."
VP: "Echt waar."
TM: "Ja."
VP: "Maar ja..."
PP: "Ze hebben hem in the picture gebracht omdat 'ie groot is. Dat is hun sterkste kant geweest. Verder niks."
VP: "Maar weet je waarom dat 'ie zo groot is? Omdat jouw sproeisporen zo ver uit elkaar liggen!"
PP: "Ja, maar hij heb toch een touw van 100 meter bij hem moeten hebben, dus hij heeft toch wel..."
VP: "Ja, maar ze zijn vantevoren wezen kijken, en ze hebben gemeten: o, die sproeisporen, die liggen 45 meter uit mekaar. Zo'n sproeispoor is het middelpunt. Daar kunnen ze natuurlijk lopen zonder dat iemand het ziet. En dan motten ze naar dat andere sproeispoor: ja, dat is 45 meter. Dus daarom ligt er een cirkel die meer als 90 meter doorsnee heeft."
PP: "Alleen hebtie gedacht dat het eerste vak ook 45 was, maar dat is maar de helft. En daarom eindigt 'ie in de bieten."
TM: "Ja."
PP: "Dus erg wiskundig waren ze niet."
TM: "Hahaha. Máár... het was nacht hè? Waarschijnlijk."
PP: "Ja, maar als je zoiets maakt, dan moet je natuurlijk geen fouten maken."
TM: "Nee."
PP: "Ik vind dit een beetje zwak."
VP: "Ja, die mannen, die zeiden het gelijk, hoor, die uh... Herman Hegge en kornuiten. Dat is prutswerk geweest."
TM: "Ja."
VP: "Niet goed voorbereid, en dat uh..."
PP: "Als je zoiets doet, dan moet je het natuurlijk..."
VP: "Dus ik heb gevraagd aan hem: zijn er echte? Hij zegt: er zijn d'r, waar wij dus niet van kunnen constateren, dat ze met mensenhand gemaakt zijn. Als ze het al zelf gemaakt hebben, dan hebben ze het wel erg goed gedaan. Je ziet toch al gauw een voetstap..."
PP [sceptisch]: "Welnee, dat zijn geen echte! Flauwekul!"
TM: "Haha."
VP: "Nee, dat zeg jij!"
PP: "Ik geloofde er altijd in, maar nou niet meer, hoor!"
VP: "Hahaha."
PP: "Echt waar niet. Bullshit!"
TM: "Jaja."
VP: "Omdat ze nou net bij jou de boel belazerd hebben."
PP: "Ach nee, het is allemaal flauwekul."
TM: "Heeft u nog een idee om actie te gaan ondernemen tegen de daders eventueel?"
PP: "Die vind je nooit! Het is gewoon een lafaard. Die is niet anders als iemand die een bushok in mekaar trapt."
TM: "O, u denkt dat het er één is geweest?"
PP: "Nee, een stuk of zes, zeven."
VP: "Met een paar zijn ze."
TM: "Ja."
PP: "D'r zijn groepen – en ik heb op internet zelfs de Graancirkelmaker Organisatie gevonden, maar dat is een Engelse organisatie."
TM: "Ja."
PP: "Die heb ik maar een Engelse e-mail gestuurd, met een paar flinke... hoe noem je die Engelse termen?"
TM: "Krachttermen, ja?"
PP: "Het is natuurlijk puur vandalisme. Als ze naar mij toegekomen waren van uh: vind je dat goed? Nou, dan vraag je: hoeveel gaat er plat? Nou, dat kost me zoveel. Betaal dat maar. Absoluut geen probleem! Praat nergens over! Dat deed die Zeeuwse boer ook. Die zei ook tegen de tv: nou ja, het zou best wel eens buitenaards kunnen wezen. Terwijl... dat mens was gewoon betaald."
TM: "Ja."
VP: "O ja?"
PP: "Ja, natuurlijk. Maar dat speel je toch gewoon mee! Maar om bij iemand, terwijl 'ie op bed legt, zijn akker te vertrappen, dat vind ik min."
VP: "Een paar jaar geleden hebben ze het bij een zwager van me ook gedaan. En die woont praktisch tegen Rotterdam aan. En daar maakten ze drie ronden: een grote, en eentje die iets kleiner was, en nog eentje die iets kleiner was."
TM: "Jaja."
VP: "En helemaal plat."
PP: "Van ganzen zijn we dat wel gewend. Maar die hebben niet zoveel hersens."
TM: "Nee."
PP: "Maar van mensen, daar sta ik toch echt van te kijken, hoor..."
VP: "Dat je de boel verinneweert."
PP: "... dat die zo in elkaar steken. Dat ze niet effe de, de, de - hoe noem je dat? - de decency hebben om het te vragen..."
VP: "Het is voor hun natuurlijk een soort sport om het te doen, en zó te doen dat niemand het ziet. En dat je niet kan ontdekken wie het geweest is."
TM: "En zijn die halmen nou gebogen of ook gewoon echt gebroken?"
VP: "Het ligt plat. Zo plat als een dubbeltje."
PP: "Ze zijn niet gebogen... ik snap wel wat je bedoelt. Maar ze zijn niet op die manier gebogen... [Gebaart] Er staan zukke laarzensporen in."
TM: "Hahaha, ja ja."
PP: "En die hebben hebben mijn vader en ik niet."
VP: "Wij leven maar op kleine voet."
PP: "Op kleine voet."
TM: "Ja. En d'r is in de toekomst ook niks tegen te doen, natuurlijk. Tenzij je een heel hek om je..."
PP: "Nou, kijk, je moet natuurlijk als boeren de boel een beetje in de gaten houden. Maar niemand was hier op voorbereid."
VP: "Dat kun je toch niet. Want dit is de zesde in Nederland van het jaar. Eentje in Groningen, en eentje achterin Overijssel, wat wat wat kun je nou daar tegen doen?"
PP: "Je moet gewoon zorgen dat er ruchtbaarheid aan gegeven wordt, dat je rond deze tijd toch in de gaten houdt..."
VP: "En ik denk haast dat het..."
PP: "Want wat moet je daar 's avonds om elf uur? Want d'r stond hier inderdaad een busje om elf uur. Want hun hebben dat gezien."
TM: "O ja."
PP: "Maar ja, je zit hier vlak bij de grote stad. D'r wordt hier ook wel eens wat uh... witte snuifpoeier over uh... En dan ga ik er ècht niet op het fietsie heen van: wat mot dat hier?"
TM: "Nee."
PP: "Hahaha."
TM: "Nee, dat snap ik."
PP: "Ja, daar heb je mee te maken onder de rook van de grote stad."
TM: "Nou, dat waren globaal mijn vragen. Ik heb het begrepen..."
PP: "Hahaha."
TM: "Hahaha. Uh... hoe kan ik 'm het beste nog bekijken? Dan moet ik terug naar de weg?"
PP: "Dat vertel ik je als je me een tientje geeft."
VP: "Hahaha."
TM: "Hahaha."
PP: "Ja, hoor eens, ik moet wat terugverdienen. [Tegen zijn vader] Een tientje kan 'ie wel missen, dat schrijft 'ie toch af van de belasting."
TM: "Ja, maar ik heb het niet... Kijk, ik heb alleen maar los geld. Dan moet je wel terug..."
PP: "Wou je zeggen dat je onderweg bent zonder portemonnee?"
TM: "Nee, ik heb natuurlijk wel geld bij me, natuurlijk, maar het grootste wat ik volgens mij bij me heb..."
PP: "Dan reken je maar met mijn vrouw af."
TM: "Kan die wisselen van vijftig?"
PP: "Welja."
TM: "En hoe kom ik er dan?"
PP: "Dan kan je het beste weer hierheen komen rijden, en dan loop je dit spoor uit... Je ken d'r ook wel eerst heengaan."
TM: "Ja?"
PP: "Want ik vertrouw je wel op je gezicht."
TM: "Okee. Nou, je hebt mijn kaartje, dus je weet me altijd te vinden nu."
PP: "Jajaja, als ik een tientje misloop, dan uh... Als je dit spoor uitloopt, dan loop je er vanzelf in. En het zit ongeveer uh..."
VP: "Je kan beter vanaf de weg d'r in gaan, joh."
PP: "Ah, het ken wel hier, want dat spoor moet toch plat. Die aren wil ik niet in de combine hebben. Dat zijn groene aren."
TM: "Dus deze gewoon af...?"
PP: "Als je deze gewoon afloopt, en dan ongeveer op de hoogte achter de boerderij, daar zit 'ie. En hij is hemelsgroot, hoor, je loopt er vanzelf in."
TM: "Okee."
PP: "Je mag d'r van mij net zo lang vertoeven als je wil."
TM: "Dan wil ik ook nog even een foto van het slachtoffer."
VP: "Van het slachtoffer, hahaha."
PP: "Wat ga je daar mee doen trouwens?"
TM: "Ja, het komt voornamelijk in het archief. Kijk, we gaan het niet in de krant doen of uh..."
PP: "Ja, je wil cultuur, cultuur..."
TM: "Het gaat om cultuur-onderzoek. We doen op het Meertens Instituut onderzoek naar feestcultuur over het hele jaar – dus kerstviering en nou ook de ramadan enzo; dat soort dingen..."
PP: "Dat is een leuk beroep..."
TM: "Hè?"
PP: "Dat is een leuk beroep..."
TM: "Ja, dat is ook een leuk beroep. Ik doe zelf volksverhalen: sterke verhalen, sprookjes, sagen, uit het verleden, heden: wat leeft er door, wat wordt er verteld? Mondelinge overlevering in feite. Jaha, kijk, de één is boer, en de ander..."
PP: "Dus dat bandje dat horen ze over honderd jaar nog?"
TM: "Nou, het wordt dus wel gearchiveerd inderdaad."
PP: "Hahaha."
VP: "Ben je al een keertje eerder bij zo'n graancirkel geweest dan?"
TM: "Dit is de eerste keer. Ik heb wel vanaf 1994 knipsels verzameld van die graancirkels, het nodige erover gelezen, maar dit is de eerste keer. Ik heb al een paar keer op het Instituut gezegd: nou jongens, van de zomer ga ik echt eens achter die graancirkels aan. En nou komen ze ineens met krantenknipsels: nou, nou moet je gaan ook."
PP: "Ja, jawel. Veertig kilometer bij je vandaan, dat is wel erg dichtbij."
TM: "Goed, ik loop..."
PP: "Wij zijn ermee gezegend."
TM: "Ja."
PP: "Die man... dat was een Amsterdammer hier gisteren..."
TM: "Ja."
PP: "Met zijn moeder, volgens mij, en één of andere tante. Die hadden een natuurwinkel zelf."
TM: "Jaja."
PP: "Dus dan kom je al een beetje in die dingen..."
TM: "In de alternatieve sfeer, een beetje."
PP: "Anders. Die zei: moet je meekomen, moet je meekomen. En die ging echt zo lopen [houdt armen als vliegtuig met palmen naar onderen gericht, alsof omhoogstijgende straling wordt opgevangen]. Zo. Ja, dat moest ik ook doen. Ik zeg van: ja, ik ben gek, mijn buurman die loopt daar... die rijdt daar met een combine..."
TM: "Hahaha, ja."
PP: "Je moet natuurlijk wel serieus genomen worden later."
TM: "Ja. Waar het mij dus vooral om gaat is de mening... ja, niet wat zo'n graancirkel nou is; dat zal me een zorg zijn, maar wat mensen vinden. En dan u natuurlijk als boer en slachtoffer, en straks die zweverige types die..."
VP: "En degenen die ze gemaakt hebben zou je wel graag willen zien..."
TM: "Ja, ja, maar ja, een enkele is bekend, hè? Die uit Zierikzee, of tenminste: uit Nieuwerkerk in Zeeland."
VP: "Hun zeiden dus – die hebben er ook voor betaald, hè? - : het líjkt op die groep-Zeeland. Die hem dus zou kunnen..."
TM: "Jaja."
VP: "Maar ja, zekerheid..."
PP: "Als je het niet kan bewijzen, dan maak je niks."
TM: "Nee."
PP: "Maar het gaat over zo'n luttel bedrag voor hun. Dan begrijp ik niet dat je dat niet uh... Maar hun willen echt, ècht die indruk wekken dat het buitenaards is, hè?"
VP: "Ja."
TM: "Ja."
PP: "Dus dan moet níemand er wat van af weten. Maar ja, ik had ze wel naar een betere plek kennen sturen. Dan had het ze wel gelukt."
VP: "Nee, maar ze hebben deze plek, hebben ze bij voorkeur gekozen. Want je hebt daar de aanvliegroute van het vliegveld."
PP: "Ja, maar ik bedoel: hij is te weinig uit de midden begonnen. Daarom eindigt 'ie in de bieten."
TM: "Hm."
VP: "Nee, ze hebben per se hier bij jou willen zijn, omdat je uit al die vliegtuigies... kijk 'ie op dat graan. Dan zie je het uit de lucht."
PP: "Ja, maar hij heb zo'n vak gemeten: 45 meter. Toen hebt'ie de vakken geteld, alleen hij is vergeten dat, dat eerste vak is maar de helft."
TM: "Ja."
PP: "Want ik rij hier met een spuit. En die rijdt zo. En dan heb je een volledig vak."
VP: "Ja, hij heb z'n eigen verteld – puur vergist."
PP: "Hij had één spoor omgemotten. Nou, dat is slordig. Maar d'r zijn d'r ook weer die zeggen: ja, dat is nou net mooi, dat die uh..."
VP: "Ja, want hij loopt natuurlijk tot aan die bieten, en dan stopt 'ie, en dan een eindje verder loopt'ie weer uit, weer in de tarwe terug."
PP: "Ja, en een ufo die had toch ook de bieten wel platgedrukt, denk ik."
TM: "Ja."
VP: "Hahaha."
TM: "Ah, het zal zeker geen landing geweest zijn, want daar ziet het er te raar voor uit. Het zou hoogstens vanaf een ufo naar beneden geschoten moeten zijn, ofzo."
PP: "Nee, ja, in die cirkel zie je... Volgens mij, als het echt iets is, dan heb het meer met magnetische velden te maken, volgens mij, in plaats van met echte ufo's. Maar dan nog... Ik geloof d'r helemaal niet meer in; die flauwekul. En waarom altijd in de tarwe? Waarom nooit in de aardappels?"
VP: "Ja, het gebeurt ook in andere uh... in gesteentes hebben ze die dingen gevonden en in zand."
PP: "Ja, en als ik wist wie het gedaan had, dan vond 'ie hem op zijn motorkap van zijn BMW."
VP: "Jaa, ja ja..."
PP: "Niet dan? Dan weet 'ie hoe het voelt."
TM: "Hahaha."
VP: "Nou, we gaan nog een rondje."
TM: "Ja, okee, werk ze."
PP: "Een perspectief was het toch? Ma die zei het gisteren. Het is een...?"
VP: "Een pictogram."
TM: "Een pictogram."
PP: "Ja, maar het had ook nog een betekenis, met die bladeren."
VP: "Ja, de figuur op zich..."
PP: "Ze zei het wel."
VP: "... daar is wel een bepaalde betekenis uit te halen. Die mannen zoals Herman Hegge en - hoe heette die andere?"
PP: "D'r zijn d'r, die d'r gisteren waren, die zeiden: het maakt niet uit of het handgemaakt is. Dóór die vorm krijg je bepaalde energievelden."
TM: "Ja."
PP [ironisch]: "Ik was zeer gezegend met dat geval. Het zou voorlopig wel goed met me blijven gaan."
TM: "O ja."
VP: "Dat is toch hartstikke mooi man."
TM: "Wanneer zijn die experts trouwens geweest?"
VP: "Maandagavond."
TM: "Maandagavond. Okee. Goed."
PP: "Die hebben... die geven een blad uit. Hoe heette dat?"
VP: "Ja, je moeder heb d'r ook één. De naam weet ik niet. Maar dat gaat niet enkel over graancirkels, hoor."
PP: "Nee, ook over lichtbollen."
TM: "Jaja."
PP: "Wat is dat?"
TM: "Weet ik niet."
PP: "Lichtbollen. En wat hadden ze nog meer?"
VP: "Ja, allerlei dingen."
PP: "Alles wat mysterieus is, dat grijpen ze aan."

Na afloop van het gesprek loop ik via een sproeispoor (waar alleen wat kleine groene aren in staan) naar de graancirkel. Pas als je erbij staat, kun je het fragmentarisch zien; een overzicht ontbreekt. Niet alle aren liggen plat tegen de grond; sommige zijn blijven staan of weer rechtop gekomen. Het is duidelijk dat de cirkel het eerst is gemaakt. De lussen zijn daarna vervaardigd, want de tarwehalmen aan de einden van de lussen liggen over de halmen van de cirkel heen. De platliggende halmen zijn niet afgebroken, maar (om)gebogen. Lopend door de platte vlakken kun je je nauwelijks een voorstelling maken van de vorm van het geheel. Pas op de luchtfoto zie je dat drie lussen niet voltooid zijn en dat een vierde lus – door een foute inschatting – in het voederbietenveld strandt. Ik zie geen vormverschillen tussen de platte halmen en de staande halmen; van beide neem ik een exemplaar mee. De pluimen zijn hetzelfde, de stelen zijn even dun en lang en ook de knopen zijn even groot. Ook kleurverschil zie ik niet, al is het ene tarweveldje iets groener dan het andere. Terwijl ik door de graancirkel loop, zie ik twee personen met fietsen op de weg staan kijken – het is dan circa 11.00 uur. Ze durven niet naar de cirkel toe te komen, omdat ze denken dat ik de boer ben. Ik neem een tiental foto's van de graancirkel. Als laatste loop ik naar het midden van de cirkel over het middelste sproeispoor. Precies in het midden vind ik het gat waarin de stok heeft gestaan voor het touw om de cirkel te trekken. Er zijn zelf gedraaide halmen, die tijdens het werk rond de stok zijn gedraaid. Ook hiervan neem ik een foto.
Als ik via een sproeispoor weer terug ben gelopen, staat de boer ook weer op het pad en vraagt: "En, heb je geen energieschok gehad?"
"Nee hoor," stel ik hem gerust: "helemaal niks gemerkt."
Ik vraag: "Wanneer wordt de tarwe geoogst?"
De vader antwoordt: "Ik denk over een dag of tien."

Het is nu circa 12.00 uur. Ik zie boer Piek met zijn Citroën rond zijn akkers rijden om even naar het tarweveld van zijn buurman te gaan kijken. Dan komt hij terugrijden en zet zijn auto langs de kant naast de mijne.
PP: "Nou, dat zijn geen graancirkels, hoor, in dat veld bij mijn buurman. Die halmen liggen wel plat, maar dat komt omdat ze daar teveel kunstmest hebben gekregen. Als je teveel kunstmest geeft, kunnen ze daar niet tegen en dan vallen ze tegen de grond. Wel jammer dat het geen graancirkels zijn, want ik had hem wel eens willen horen!"
Ik weet niet of Piek probeert om mij te peilen, maar hij zegt even later: "Ik vraag me toch steeds af of iemand de dader is."
Ik kijk hem niet-begrijpend aan.
PP: "Je zou denken dat de dader nog een keer terug komt. Ze zeggen toch dat een misdadiger ook altijd terugkeert naar de plaats van de misdaad? Nou, zo iemand wil toch ook overdag eens zien wat het resultaat is van zijn werk 's nachts. Dus als er weer iemand bij dat veld loopt, dan sta ik toch wel eens te denken: zou dat hem zijn? Zou dat hem zijn? Ja, je weet het natuurlijk niet."
TM: "Maar ja, vanaf de weg is er toch ook niet veel van te zien."
PP: "Het kan ook best zijn dat ze voor zaterdag al een rondvlucht hebben geboekt om hem van bovenaf te kunnen bekijken."
De boer rekent nog eens voor dat hij toch gauw op 2000 gulden schade uitkomt: met zijn rekensom komt hij ditmaal eerder tussen de 1000 en 1500 gulden uit, maar hij concludeert: "Toch gauw 2000 gulden, de emotionele schade meegerekend, hahaha." Met entree zal hij dat niet terugverdienen. Piek weet dat er vrijdagavond een wit busje is gesignaleerd: dat stond langs de weg, zo hadden de buren schuin-tegenover gezien. Later is het busje geparkeerd geweest bij het nabijgelegen Natuurpark. De parkeerplaats heeft er videobewaking, dus wellicht is het nummerbord te achterhalen. Maar Piek heeft nog niet de moeite genomen om hier achter te komen. Het is niet zeker dat het busje op de opname te zien is, en de boer weet ook niet hoe lang de bandopnamen bewaard worden. De boer realiseert zich dat hij niets kan bewijzen, ook als de eigenaar van het busje bekend is. Want hoe bewijs je dat hij de dader is? In een rechtzaak trek je dan aan het kortste eind, als je niets kunt bewijzen. Dat is Piek al eens met iets anders duidelijk geworden. Toen had hij ander gif over zijn land gesproeid dan er op het flesje had gestaan. Zijn gewas was doodgegaan. Maar hij kon niets meer bewijzen tegen het grote bedrijf: het flesje was leeg en ook nog eens omgespoeld (zoals de milieuwetgeving tegenwoordig vereist).
PP: "Weet je wat ik nou eigenlijk het ergste nog vind? Dat een stel lui, terwijl je ligt te slapen, onder je neus je gewassen vernielen. Dat is haast net zo erg als dat ze de antieke klok uit je huis stelen als je ligt te slapen. Er zijn mensen die na zo'n inbraak jarenlang niet meer slapen. Nou heb ik daar gelukkig geen last van, hahaha."
Piek suggereert dat er niet veel mensen meer zullen komen. Twee koppels zijn al veel; gisteren zijn er ook maar twee auto's langsgeweest. Waarschijnlijk loont wachten de moeite niet meer. Als er nog mensen komen, dan komen ze vanavond. Op zondag zal het wel drukker wezen: dan hebben de mensen niets te doen, dan gaan ze toeren, en dan komen ze langs.
Piek heeft een opname voor TV Flevoland, de locale omroep, geweigerd. Ze wilden dat hij dan op zijn knieën in het graan zou gaan zitten en op de platte tarwe zou wijzen. Piek wilde geen publiciteit op tv, omdat hij daarmee de makers een te groot plezier zou doen. Dan zouden ze hun graancirkel op televisie zien en daar genoegen aan beleven: Kijk, die hebben wij gemaakt!
PP: "Het is jammer dat je die Amsterdammer niet gezien hebt. Die vent met die natuurwinkel. Daar zou je eens mee moeten praten. Hoeveel natuurwinkels zal je hebben in Amsterdam? Dat zullen er wel teveel zijn. Nou ja, die vent liep helemaal te zweven in die graancirkel. Liep er met gestrekte armen doorheen en voelde de energie omhoogkomen. Jaja. Nou ja, van mij mogen ze komen om de energie op te vangen. Tegen betaling mogen ze van mij zelfs in die cirkel met een tentje overnachten."
Piek vraagt nog of er in de Flevopolder al veel cultuur gevonden kan worden. Ik ontken dit: de polder bestaat nog maar zo kort, het heeft bijna geen geschiedenis. Wel doen steden als Almere en Lelystad er veel aan om zich een imago en een verleden aan te meten. Met de zandsculpturen en een nieuw te bouwen kasteel bij Almere. Piek vult aan: de Batavia, en de nieuw gebouwde Batavia-stad.
De vrouw van Piek is Australische. Ze zijn ook een paar keer in Australië geweest: "Dat is de Flevopolder, maar dan 200 jaar oud. Er zitten veel Britten en Ieren, Nederlanders en ook Duitsers. Je kan daar nog in het Duits aangesproken worden." Piek is ook in Afrika geweest, o.a. in Namibië.
We hebben het er nog even over wat ik onderzoek: niet de herkomst van de cirkels zelf, maar wat mensen erover denken en vertellen. Dat mensen naar bijzondere verklaringen gaan zoeken, omdat ze daar behoefte aan hebben.
PP: "Zo is het in feite al eeuwenlang, toch? Dat mensen hun fantasie de vrije loop laten. Dat ze naar het hogere zoeken, omdat ze met het alledaagse alléén niet kunnen leven. Ze kijken omhoog en hopen daar houvast te vinden."
Na veelvuldig starten vertrekt Piek weer. De Eend had jaren stilgestaan, maar na een nieuwe accu deed hij het meteen weer – dat kan je alleen maar met een Eend gebeuren.
Ik wacht nog tot ca. 13.00 uur. Er lijkt niemand meer te komen en ik vertrek. Bij het tarweveld van de overbuurman blijf ik nog even stilstaan. Met veel fantasie zijn er inderdaad drie cirkels te zien: een grote, een kleinere en een kleine. Maar het ziet er uit als plukken verwaaid graan. Toch zien we hier wel een merkwaardig mechanisme in werking: als mensen eenmaal in de stemming zijn om een graancirkel te zien, dan staan ze ook voor méér open dan er in werkelijkheid te zien is. Wie bereid is graancirkels te zien, ziet er meteen meer dan er (in de ogen van een 'objectieve beschouwer') zijn.

Onderwerp

TM 6002 - Cirkels in het graan    TM 6002 - Cirkels in het graan   

Beschrijving

Boer Piek heeft een graancirkel van 100 meter doorsnee in zijn tarweveld. Hij is er inmiddels van overtuigd dat het door mensenhand gemaakt is. Midden in de cirkel is het gat nog te zien, waar de stok in heeft gestaan, waaraan het touw heeft vastgezeten. De cirkel vertoont ook een aantal gebreken. De boer is niet blij met de cirkel, want het heeft hem een schade van zo'n 2000 gulden berokkend. Hij denkt dat een zestal personen de cirkel heeft gemaakt. Experts zijn al naar de cirkel komen kijken en hebben verklaard dat hij 'niet echt' is. Een man uit Amsterdam voelde echter energie in de cirkel. Elke dag komen er wel een paar mensen kijken. De graancirkel is vanaf de grond nauwelijks te zien, maar vooral vanuit de lucht. Mogelijk is de cirkel niet voor niets dicht bij het vliegveld gemaakt. De vader van de boer sluit niet uit dat er toch graancirkels kunnen ontstaan, die niet door mensenhand gemaakt zijn. De boer zelf gelooft daar niet meer in: alle cirkels worden door mensen gemaakt.

Bron

mondeling, deels bandopname (archief MI)

Commentaar

2 augustus 2001
Zie onder Beeld voor foto's.
Cirkels in het graan

Naam Overig in Tekst

Pleun Piek    Pleun Piek   

Spits    Spits   

Australisch    Australisch   

Engels    Engels   

Nederlands    Nederlands   

Deux Chevaux    Deux Chevaux   

Citroën    Citroën   

Eend    Eend   

Herman Hegge    Herman Hegge   

Graancirkelmaker Organisatie    Graancirkelmaker Organisatie   

Meertens Instituut    Meertens Instituut   

BMW    BMW   

Natuurpark    Natuurpark   

TV Flevoland    TV Flevoland   

Duits    Duits   

Iers    Iers   

Naam Locatie in Tekst

Lelystad    Lelystad   

Lisdoddeweg    Lisdoddeweg   

Amsterdam    Amsterdam   

Zeewolde    Zeewolde   

Flevoland    Flevoland   

Australië    Australië   

Engeland    Engeland   

Groningen    Groningen   

Overijssel    Overijssel   

Zierikzee    Zierikzee   

Nieuwerkerk    Nieuwerkerk   

Zeeland    Zeeland   

Almere    Almere   

Batavia    Batavia   

Afrika    Afrika   

Namibië    Namibië   

Flevopolder    Flevopolder   

Brits    Brits   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21