Hoofdtekst
Aardige reden-slagh van een Boer.
De Achtbare Iuffr. Maria Heins verhaelt in de voor-reden van haer voor-beelden, dat een Boer, gaende wandelen met een Mennonijt, quamen onder andere discoursen van Christus te redeneeren. Den Boer dan vraeghde aen d'ander, voor wien houd ghy Christus? voor mijn Broeder, antwoorde desen. En ick paste de Boer daer op, houd hem voor mijn Vader; zoo ben ick Erfghenaem, en ghy niet: Want daer Kinderen zijn, daer erven geen Broeders
De Achtbare Iuffr. Maria Heins verhaelt in de voor-reden van haer voor-beelden, dat een Boer, gaende wandelen met een Mennonijt, quamen onder andere discoursen van Christus te redeneeren. Den Boer dan vraeghde aen d'ander, voor wien houd ghy Christus? voor mijn Broeder, antwoorde desen. En ick paste de Boer daer op, houd hem voor mijn Vader; zoo ben ick Erfghenaem, en ghy niet: Want daer Kinderen zijn, daer erven geen Broeders
Beschrijving
Maria Heins vertelt een verhaal: Een boer praat met iemand over Christus en vraagt hoe hij Christus ziet. De een ziet hem als zijn broer en de boer ziet hem als zijn vader, zodat hij ook de erfgenaam is.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Overig in Tekst
Maria Heins   
Christus [Jezus]   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
