Hoofdtekst
Bedroghe Venus-Vriendt.
In Parys was seecker Venus-janker, op een kuyssche Vrouw, diens man uyt de Stadt was verhit; En om zyn geyle lusten te volgen, vervoeght sich ter plaetse, daer sy woonde nemende de stoutigheyt om de Iuffrouw syn heete [p. 20] tochten t' openbaren; maer sy, schuw en afkeerig van sulke vuyle wercken, gaf hem kort bescheyt, en riet hem te vertreken. Hy, niet-temin, prickelde haer soo seer, met aendringhende woorden, dat zy haer genoodt-saeckt vont, hem tegens een bestemde tijdt, verlof te gunnen, om haer weder aen te spreken. Doch tegens den tijdt, diese hem geset hadt, wist-zy, dat haer Man weder t'huys sou zijn; al hoewelse hem had moeten belooven; ter selver uure, met hem een Venusdansje te wagen: en dat-sy dan alleen soude in huys zijn. De Man ondertussen t'huys komende, wort van sijn Vrouw vertrocken, wat haer gepasseert was: en wat voor beloften sy gedaen hadde. Desen maeckte sich ondertusschen met zijn drie vieren reedt, gaende elck met drie of vier garden achter 't Ledekant, tegens den voorsz. Venus-vrient komen soude. So dra en was het gesette uur niet gekomen, of hy klopt aen de deur. De Vrouw laet hem in, sluyt de deur na hem toe, gaet met hem boven, en stelt haer heel vriendelijck in; waer door hy te graeger wordende, tockelt haer tot sy haer ontkleedt, en op 't Leedekant treet, hy niet langh wachtende, kruypt gans naeckt by haer onder: (want sy begeerde, om het oogh-merck, dat sy had, dat hy hem gants, tot het naeckte lijf ontkleen soude.) So dra als hy vaerdigh was, om syn Parsonaedie te speelen, geeft de Vrou een hoest, waer op de Man, dit voor [p. 21] een teken nemende, met zijn mackers hervoor sprongh, en gispten dien naakten Venus-broeder soo op sijn gheyle leeden, dat hy, na beneen vliegende, sich niet ontsach; ten huyse uyt te loopen, en op den klaaren dagh, met sijn bloedend lijf, de Stadt om te danssen. Dit was een Galjaartje, dat anderen vry wat beschroomt maeckte.
In Parys was seecker Venus-janker, op een kuyssche Vrouw, diens man uyt de Stadt was verhit; En om zyn geyle lusten te volgen, vervoeght sich ter plaetse, daer sy woonde nemende de stoutigheyt om de Iuffrouw syn heete [p. 20] tochten t' openbaren; maer sy, schuw en afkeerig van sulke vuyle wercken, gaf hem kort bescheyt, en riet hem te vertreken. Hy, niet-temin, prickelde haer soo seer, met aendringhende woorden, dat zy haer genoodt-saeckt vont, hem tegens een bestemde tijdt, verlof te gunnen, om haer weder aen te spreken. Doch tegens den tijdt, diese hem geset hadt, wist-zy, dat haer Man weder t'huys sou zijn; al hoewelse hem had moeten belooven; ter selver uure, met hem een Venusdansje te wagen: en dat-sy dan alleen soude in huys zijn. De Man ondertussen t'huys komende, wort van sijn Vrouw vertrocken, wat haer gepasseert was: en wat voor beloften sy gedaen hadde. Desen maeckte sich ondertusschen met zijn drie vieren reedt, gaende elck met drie of vier garden achter 't Ledekant, tegens den voorsz. Venus-vrient komen soude. So dra en was het gesette uur niet gekomen, of hy klopt aen de deur. De Vrouw laet hem in, sluyt de deur na hem toe, gaet met hem boven, en stelt haer heel vriendelijck in; waer door hy te graeger wordende, tockelt haer tot sy haer ontkleedt, en op 't Leedekant treet, hy niet langh wachtende, kruypt gans naeckt by haer onder: (want sy begeerde, om het oogh-merck, dat sy had, dat hy hem gants, tot het naeckte lijf ontkleen soude.) So dra als hy vaerdigh was, om syn Parsonaedie te speelen, geeft de Vrou een hoest, waer op de Man, dit voor [p. 21] een teken nemende, met zijn mackers hervoor sprongh, en gispten dien naakten Venus-broeder soo op sijn gheyle leeden, dat hy, na beneen vliegende, sich niet ontsach; ten huyse uyt te loopen, en op den klaaren dagh, met sijn bloedend lijf, de Stadt om te danssen. Dit was een Galjaartje, dat anderen vry wat beschroomt maeckte.
Beschrijving
Een man probeert een vrouw te verleiden wier man van huis is. Ze vertelt het verhaal aan haar echtgenoot wanneer die terug is en die verzint een plan om de man een lesje te leren. Als de man later verleid wordt om naakt in haar bed te stappen, wordt hij afgeranseld door de echtgenoot en zijn vrienden. Bloedend en naakt vlucht de man de straat op.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Overig in Tekst
Venus   
Naam Locatie in Tekst
Parijs   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
