Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB078 - May-plantingh.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

May-plantingh.
Daer was in seker huys een Dienst-meydt, die haer te met van een Venus-Ruyter voor sijn zael liet gebruycken. Als op een tijdt haer Meester van huys was, dat haer Vrou by tijts te bedt wilde gaen so nam sy haer boel op een plaets waer hem, seggende So hy 't avonds ten negen uuren vvilde by haer komen so soude sy hem stilletjes in doncker in laten Hy, sich wat bedacht hebbende, sey Ick sal comen, maer als ick clop hoe sult gy dan vveten dat ic 't ben! sy sey: al ick vrag vvie daer is so sult ghy seggen: ic plant de May Dan sal ic vveten, dat gy t sijt: Goet, seyde hy. En terwijl sy malkander dus tijt stelden, so wasser een loose gast omtrent, die dit hoorde.Desen, meé van vlees en bloet, paste hier gauw te sijn. Hy komt een quartier-uurs vroeger, dan d' ander geseyt had te komen. En kloppende aen de deur, so komt de Meyt sachjes in doncker naer hem toe, en vraegt Wie daer: Ick plant d' May riep dese. De Meyt, niet beter wetende, of t was de rechte, so laet sy hem in, gaet soetjes met hem boven, en raeckt met hem onder de deekens. Als sy nu midden in haer kracht waren, soo komt den ander, die sy nu, geseit had, aen de deur kloppen. De meydt dit hoorende wist niet te dencken, wat dat beduyden [p. 57] mocht, als' er even wel noch eens gheklopt wierdt, soo roept de meyt wie kloopt daer: Den ander riep Ic plant de Mey En ic, riep den tweeden, delf het gat, daer de pael in staen sal.

Beschrijving

Een dienstmeid en haar minnaar moeten elkaar altijd stiekem ontmoeten. Als hij aan de deur klopt zegt hij 'ik kom de meiboom planten' en weet zij dat het haar minnaar is. Een andere man hoort dit en weet zo bij de dienstmeid in bed te komen.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22