Hoofdtekst
[p. 68]
Op een stuers Poët.
Een Uytlander had van seker Amsterdams Poët veel hooren roemen: en alhier t'Amsterdam komende, soo wenschte hy de selve wel te moghen sien: als men hem nu den selve eens wees, soo seyde hy: 't Verwondert my, dat in so een stiers en grienachtigh hooft sulck een uytsteekende geest woont, om vaarsen te maken. Een ander sey hier op: Myn Heer, laet u dat niet verwonderen: want de beste Vaarse-maeckers, zijn Stieren
Op een stuers Poët.
Een Uytlander had van seker Amsterdams Poët veel hooren roemen: en alhier t'Amsterdam komende, soo wenschte hy de selve wel te moghen sien: als men hem nu den selve eens wees, soo seyde hy: 't Verwondert my, dat in so een stiers en grienachtigh hooft sulck een uytsteekende geest woont, om vaarsen te maken. Een ander sey hier op: Myn Heer, laet u dat niet verwonderen: want de beste Vaarse-maeckers, zijn Stieren
Beschrijving
Een buitenlander was voor het eerst in Amsterdam en had veel over een bepaalde dichter gehoord. De man was verwonderd dat iemand zulke mooie 'vaarsen' (verzen) kon maken, waarop een ander zei dat de beste 'vaarse- (jonge koe) maeckers' stieren zijn.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Overig in Tekst
Amsterdams   
Naam Locatie in Tekst
Amsterdam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
