Hoofdtekst
[p. 81]
Bedt-praatje.
Een Vrouwe, hebbende van haer Man een morgen-gaef gehadt, troggelde hem, om haer noch eens een vrindtschap te bewijsen, De Man hier gheen puf toe hebbende, sey: Liefste ghy moest u water eerst eens maken: De Vrouwe dit met aller yl gedaen hebbende, begeerde nu voldaen te zyn, maer de Man seyde: Liefste, ghy moest noch eens wateren, Hartje, zey sy, ick heb eens ghewatert, ick kan nu niet meer. Wel Zoetertje, zey hy, ick heb oock eens, &c. Ick kan nu oock geen meer.
Bedt-praatje.
Een Vrouwe, hebbende van haer Man een morgen-gaef gehadt, troggelde hem, om haer noch eens een vrindtschap te bewijsen, De Man hier gheen puf toe hebbende, sey: Liefste ghy moest u water eerst eens maken: De Vrouwe dit met aller yl gedaen hebbende, begeerde nu voldaen te zyn, maer de Man seyde: Liefste, ghy moest noch eens wateren, Hartje, zey sy, ick heb eens ghewatert, ick kan nu niet meer. Wel Zoetertje, zey hy, ick heb oock eens, &c. Ick kan nu oock geen meer.
Beschrijving
Een vrouw heeft net de liefde bedreven met haar man en wil nog een keer.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22