Hoofdtekst
[p. 152]
Dispuyt tusschen twee Nieuwgehoude.
Twee Nieuw-ghehouwde jonghe lieden by malkander te bedde komende, raeckten in twist wie van beyden het hembd oplichten soude, en konnende daer niet met malkander in over een komen: De jonghe man liedt haer voor de Schepen roepen, alwaer sy elck haer saecke voorstelden. De Schepenen d'aensprake, en het antwoordt ghehoort hebbende, kenden voor recht, dat het Vrouw-mensch sou gehouden zijn op de Puel te gaen sitten, en glijden daer dan af, en wat daer dan meer aen scheelde, soude hy moeten doen, en die kosten wierden gecompenseert om reden.
Dispuyt tusschen twee Nieuwgehoude.
Twee Nieuw-ghehouwde jonghe lieden by malkander te bedde komende, raeckten in twist wie van beyden het hembd oplichten soude, en konnende daer niet met malkander in over een komen: De jonghe man liedt haer voor de Schepen roepen, alwaer sy elck haer saecke voorstelden. De Schepenen d'aensprake, en het antwoordt ghehoort hebbende, kenden voor recht, dat het Vrouw-mensch sou gehouden zijn op de Puel te gaen sitten, en glijden daer dan af, en wat daer dan meer aen scheelde, soude hy moeten doen, en die kosten wierden gecompenseert om reden.
Beschrijving
Een pasgetrouwd stel heeft onenigheid in bed en de man roept de hulp van het bestuur in.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22