Hoofdtekst
Van een Heer die sijn Bouw-meester bedroogh.
Het gebeurde op een tijdt, dat een Rijck Edelman, de welcke een groot Huys liet timmeren, en selfs daer niet wel raedt toe wetende om het selve te ordineeren, ontboodt een seecker Bouw-meester uyt Hollandt, de welcke al nae bootzeerde wat den Heer dede, soo in het drincken, als oock in het eeten; De Heer dat gewaer wordende, belast sijn Kock eens Moes te koocken, en een kop vol voor de Heer op te scheppen die koudt was, en dan [p. 159] voor de Bouw-meester een die heet moest zijn, het welck geschiede, en aen de Tafel sittende, nam de Heer sijn kop met Moes, ende slobberde dat haestig op, het welcke de Bouw-meester sagh, dede dat nae, nam doe oock sijn kop, en slorpte daer uyt, en hy voelde dat het soo heet was, wierde geweldigh bangh, ende kromp, en lieter een van achteren vliegen, doe seyde de heer, foey du beest, gaet ghy hier in mijn presentie sitten schijtten? hy wederom, seyde, vergeeft het my mijn heer, dese is het alleen ontvlucht, en al de andere zijn verbrant.
Het gebeurde op een tijdt, dat een Rijck Edelman, de welcke een groot Huys liet timmeren, en selfs daer niet wel raedt toe wetende om het selve te ordineeren, ontboodt een seecker Bouw-meester uyt Hollandt, de welcke al nae bootzeerde wat den Heer dede, soo in het drincken, als oock in het eeten; De Heer dat gewaer wordende, belast sijn Kock eens Moes te koocken, en een kop vol voor de Heer op te scheppen die koudt was, en dan [p. 159] voor de Bouw-meester een die heet moest zijn, het welck geschiede, en aen de Tafel sittende, nam de Heer sijn kop met Moes, ende slobberde dat haestig op, het welcke de Bouw-meester sagh, dede dat nae, nam doe oock sijn kop, en slorpte daer uyt, en hy voelde dat het soo heet was, wierde geweldigh bangh, ende kromp, en lieter een van achteren vliegen, doe seyde de heer, foey du beest, gaet ghy hier in mijn presentie sitten schijtten? hy wederom, seyde, vergeeft het my mijn heer, dese is het alleen ontvlucht, en al de andere zijn verbrant.
Beschrijving
Een edelman laat een huis bouwen. De bouwmeester doet hem in alles na en dat begint de edelman te vervelen. Hij laat moes koken en geeft de bouwmeester een hele hete kop en zichzelf een koude.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Locatie in Tekst
Holland [Hollandt]   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
