Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB193 - Van een Man die met sijn Meyt het Leck-gat stopte.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

Van een Man die met sijn Meyt het Leck-gat stopte.
Een seecker Man een Dienst-maeght hebbende, die hy lange nae ginck om by haer te slapen, maer konde daer niet wel toe komen. Soo ghebeurde het eens op een tijdt dat de Meydt in de Kelder ghesonden werde, om te [p. 183] tappen, en alsoo sy gheneghen was tot droncken drincken, bleef sy wat lange in de kelder, en hy niet wetende waer sy soo langhe bleef, liep in't lest in de kelder by de Meydt, en vond haer daer staen drincken? Doe seide hy, du loose Vercken, staetste hier, en drinckste dijn gat vol, ick hebbe u soo langhe nae het gat gegaen om eens by u te slapen, nu sie ick wel datge u gat vol ghesoopen hebt, soo ben het ghy oock niet te goedt om by my te slapen, en nu sult ghy oock mijn wille doen, of de duicker sal u halen, het welcke sy hem doe toe liet; De Vrouwe niet wetende wat het beduyde dat haer Man soo langhe bleef, riep, Man waer blijft ghy soo lange? Hy antwoorde, onse tonne heeft een Leck, dat heb ick ghevonden, dat stop ick, en onse Meydt helpt my.

Beschrijving

Een dienstmeid staat in de kelder wijn te drinken. Haar baas betrapt haar en wil met haar slapen. De echtgenote vraagt wat ze in de kelder aan het doen zijn, waarop de man antwoordt dat hij een lek in de ton aan het stoppen is en de meid hem daarbij helpt.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22