Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB202 - Van een Vryster die van gheen Ezel bestaen wilde.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

[p. 195]
Van een Vryster die van gheen Ezel bestaen wilde.
Een seecker Boeren Soon, wesende kleyn ende teer van persoon, moest derhalven een Handt-werck leeren, om dat hy onbequaem was tot Boeren werck, soo lieten sy hem een Snijder worden, om dat het een bequaem handt-werck is voor teere Lieden, (ghelijck men in een spreeck-woordt seght, de Snijders die hincken, ende de Schoesters die stincken). De Ionghman sijn Ambacht geleert hebbende, ende tot sijn jaren ghekomen zijnde, vrijde nae een dienst-maeght, ende recommandeerde sijn persoon geweldig, pochte mede op sijn goedt: De Dochter sijn versoeck verstaen hebbende, seyde, ick begeere van u gunt my uytstal om mijn beraedt te nemen tot morgen te twee uuren, ghelijck sy dede; ende van haer scheydende met een kusjen, seyde hy haer goede nacht, ende ick sal morgen wederom komen als gheseght is. Hy quam des anderen daeghs op de ghesette tijdt wederom, ende hy vraeghde haer, hoe sy haer beraden hadde? Sy seide, ick hebbe my beraden, dat ick noch liever wil een Iaer gust gaen, als van een Ezel bestaen: Hier hadde hy doe sijn bescheydt, en afscheydt mede.

Beschrijving

Een boerenzoon is niet geschikt voor het vak en wordt kleermaker. Na een aantal jaar ontmoet hij een meisje en schept erg over zichzelf op. Hij wil met haar trouwen, maar zij niet met hem.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22