Hoofdtekst
Van een jonghe Dochter die een Oudt Man trouwde.
Een seecker jonghe Dochter trouwde een seer rijck oudt Man, op hoope dat sy met dese oude pot aen een nieuwe soude gheraecken, en een tijdt lang getrouwt gheweest hebbende, sagh sy dat van de rest niet en quam, en dede alle neerstigheyt om sijne natuere te verwecken, maer konder van wegens sijne ouderdom niet gheschieden: Sy bedacht ten lesten een raedt, en seyde, lieve Man, ick heb noch een raedt bedacht, ick soude meenen het soude [p. 238] dan wel gaen; Hy seide, weet ghy yets dat tot onsen voordeel is, ick wil het geern doen: Sy seide, ick soude u raden ghy soud u Broeck vol schijtten, en soo hy dan niet al te vuyl van aerd en is, soo sal hy het hoofdt wel uyt een dreck lichten? Hy dede alsoo, maer wat was't? Niet: Hy lijckte de Mulders, en ruste op de saecken, en sy hadder niet meer van te bedt, dan een bescheeten broeck schoon te maken.
Een seecker jonghe Dochter trouwde een seer rijck oudt Man, op hoope dat sy met dese oude pot aen een nieuwe soude gheraecken, en een tijdt lang getrouwt gheweest hebbende, sagh sy dat van de rest niet en quam, en dede alle neerstigheyt om sijne natuere te verwecken, maer konder van wegens sijne ouderdom niet gheschieden: Sy bedacht ten lesten een raedt, en seyde, lieve Man, ick heb noch een raedt bedacht, ick soude meenen het soude [p. 238] dan wel gaen; Hy seide, weet ghy yets dat tot onsen voordeel is, ick wil het geern doen: Sy seide, ick soude u raden ghy soud u Broeck vol schijtten, en soo hy dan niet al te vuyl van aerd en is, soo sal hy het hoofdt wel uyt een dreck lichten? Hy dede alsoo, maer wat was't? Niet: Hy lijckte de Mulders, en ruste op de saecken, en sy hadder niet meer van te bedt, dan een bescheeten broeck schoon te maken.
Beschrijving
Een oude man is met een jonge vrouw getrouwd en kan geen erectie meer krijgen. De vrouw bedenkt een wanhoopsplan. Als de man in zijn broek poept, zal het 'hoofd' zich misschien uit de viezigheid oprichten. Het werkt niet en zij heeft alleen een vieze broek om schoon te maken.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22