Hoofdtekst
Discours van eenige Passagiers.
Het is onlanghs gebeurt dat eenige Passagiers in Brabandt in een Veer-schuyt voeren, welcke altesamen Papisten waren, en onder allen een Gereformeerde: Dese Papisten seiden onder malkanderen, dat sy seer verwondert waren dat de Guesen so hartneckig bleven, dat sy niet wilden ghelooven aen het Rooms Catholijck gheloove, daer sy soo veele Mirakelen [p. 248] van sagen, als dat haer Priesters konden Duivelen uit drijven, en meer andere Mirakelen die haer Sancten deden: Dese Gereformeerde de reden aenhoorende, seide? Ick sal ons ook van een Mirakel vertellen, dat ook geschiedt is, (luystert toe: Het is een ghebeurt dat eenighe Passagiers na de helle reysden, en voor de helle komende, klopten aen, doch en vonden daer niemandt t'huys als een kleyne jonge, die haer vraeghde wat sy hebben wouden: Sy seyden, wy willen in d'Helle wesen? De jonge seide hy liet niemandt in, sijn volck waren altesamen uit? Sy vraeghden waer? Hy gaf haer tot antwoordt, dat sy nae Roomen waren, de Paus was doodt, en dat zy aldaer als bloedt-vrienden, tot begraffenisse waren ghebeden. De Papisten seiden doe, dat's een leugen! Hy seide, 't is soo, ick bekenn't: ghy liegt soo wel als ick, Ick gheloove immers niet dat ghy soo onnoosel zijt, dat ghy alsulcke Apen, ick wil segghen Papen deuntjes gheloove gheeft.
Het is onlanghs gebeurt dat eenige Passagiers in Brabandt in een Veer-schuyt voeren, welcke altesamen Papisten waren, en onder allen een Gereformeerde: Dese Papisten seiden onder malkanderen, dat sy seer verwondert waren dat de Guesen so hartneckig bleven, dat sy niet wilden ghelooven aen het Rooms Catholijck gheloove, daer sy soo veele Mirakelen [p. 248] van sagen, als dat haer Priesters konden Duivelen uit drijven, en meer andere Mirakelen die haer Sancten deden: Dese Gereformeerde de reden aenhoorende, seide? Ick sal ons ook van een Mirakel vertellen, dat ook geschiedt is, (luystert toe: Het is een ghebeurt dat eenighe Passagiers na de helle reysden, en voor de helle komende, klopten aen, doch en vonden daer niemandt t'huys als een kleyne jonge, die haer vraeghde wat sy hebben wouden: Sy seyden, wy willen in d'Helle wesen? De jonge seide hy liet niemandt in, sijn volck waren altesamen uit? Sy vraeghden waer? Hy gaf haer tot antwoordt, dat sy nae Roomen waren, de Paus was doodt, en dat zy aldaer als bloedt-vrienden, tot begraffenisse waren ghebeden. De Papisten seiden doe, dat's een leugen! Hy seide, 't is soo, ick bekenn't: ghy liegt soo wel als ick, Ick gheloove immers niet dat ghy soo onnoosel zijt, dat ghy alsulcke Apen, ick wil segghen Papen deuntjes gheloove gheeft.
Beschrijving
In een trekschuit zitten enkele katholieken en een gereformeerde. De katholieken begrijpen maar niet dat de Geuzen zich niet willen bekeren tot het katholicisme met al haar wonderen. De gereformeerde vertelt: er waren eens katholieken die naar de hel gingen. De portier liet hen er niet in omdat alle duivels weg waren. De duivels waren naar Rome om de overleden paus te gaan halen. De katholieken in de trekschuit betichten de gereformeerde van leugens. De gereformeerde geeft toe dat hij liegt, maar hij verbaast zich erover dat de katholieken al die roomse leugens wel geloven.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Overig in Tekst
Geuzen   
Papist   
Rooms Katholiek   
Naam Locatie in Tekst
Brabant   
Rome   
Geus   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
