Hoofdtekst
[p. 257]
Van een jonge Huys houdersche.
Seecker Ionghe Vrouwe nieuws ghetrouwt zijnde, de welcke weynigh van de Huys-houdinghe en wiste, konde niet een pot met eeten koocken, ofte men moest het haer al-te-mael op schrift geven, hoe sy doen soude: Soo ghebeurde het op een tijdt dat sy Vleesch gekocht hadde, leyde het selve in het water, en bracht de pot te vuyre, doe quam daer ondertusschen een Hondt en nam het Vleesch; het welck de Meydt sagh, en riep, Vrouwe, daer gaet de Hondt met het Vleesch loopen: Het is gheen noodt seyde de Vrouwe, hy sal het wel weder brenghen, hy weet doch niet hoe hy het koocken sal, want hy heeft de Brief niet.
Van een jonge Huys houdersche.
Seecker Ionghe Vrouwe nieuws ghetrouwt zijnde, de welcke weynigh van de Huys-houdinghe en wiste, konde niet een pot met eeten koocken, ofte men moest het haer al-te-mael op schrift geven, hoe sy doen soude: Soo ghebeurde het op een tijdt dat sy Vleesch gekocht hadde, leyde het selve in het water, en bracht de pot te vuyre, doe quam daer ondertusschen een Hondt en nam het Vleesch; het welck de Meydt sagh, en riep, Vrouwe, daer gaet de Hondt met het Vleesch loopen: Het is gheen noodt seyde de Vrouwe, hy sal het wel weder brenghen, hy weet doch niet hoe hy het koocken sal, want hy heeft de Brief niet.
Beschrijving
Een pasgetrouwde vrouw kan niet koken en heeft een briefje nodig waar precies op staat wat ze moet doen. Op een dag steelt de hond een stuk vlees, maar de vrouw zegt dat hij het wel weer terugbrengt, want zij heeft immers het briefje waar op staat hoe het vlees gekookt moet worden.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22