Hoofdtekst
Weer verdrieven.
Ik reed op een zomer namiddag vanuit het oosten (Kanster oost werd dat genoemd) weer naar het dorp toe na een bezoek gebracht te hebben ergens en was ongeveer een kilometer verwijderd van het dorp dat ik in de verte zag liggen. Rechts passeerde ik ineens (ik zag 't aankomen) het huisje van de familie Tenhove. Geert Tenhove en zijn vrouw, waren landarbeiders; landarbeidershuisjes... stonden altijd aan de weg en dan kreeg je de ree, dat is de zijweg naar de boerderij toe, de boerderijen lagen nooit precies aan de weg. Ik dacht, nou ik stap even af. Het was een uur of vijf denk ik, en het was een beetje onweersachtig, een beetje drukkend ... zomerweer en ... ik ga even kijken hoe het met Tenhove is. Het duifje begon te koeren, ze hadden een duifje hangen in een kooi, en die functioneerde als waakhond en ... ik deed de klink open en riep 'volk' en vrouw Tenhove (ja, toen zei je nog vrouw, nu zou je het belachelijk vinden als je mevrouw zou zeggen of juffrouw) ... ik heb je al zain domie, ik heb je al gezien dominee, doefke het je al zain, het duifje heeft je al gezien, goat moar zitt'n. (Ja, ik zeg dat Gronings nu even niet om het bespottelijk te maken, maar omdat het een bijna tweede taal voor ons was om aan te horen; je moest het nooit proberen zelf te spreken.) Ik ging zitten en toen maakte ze al gauw ... ging ze naar het fornuis toe en zo'n fornuis met van die ijzeren ringen, steeds groter naar de ene kant en steeds kleiner aan de ander kant. In het midden, de middelste had een klein staafje dwars over en daar kon je met een haak kon je dat eerste d'r af te halen. Toen gooide ze daar takjes in en ging een vuurtje maken en ik zei tegen haar: "Nee vrouw Tenhove moet u niet doen want ik ga zo weer weg , 'k ga naar huis en 't is ..." "Nee" zei ze. Maar ik zei: "Je moet moet geen koffie of thee maken, want ik ga zo weer weg." "Maar dat dou ik ook nait, dat doe ik ook niet", zei ze. Ik zeg: maar wat ..., kreeg me nieuwsgierig, wat doe ik dan? Toen keek ze mij aan, toen zei ze: "Ik goa 't weer verdrieven," ik ga het weer verdrijven. Hee, ik was verbaasd en ik dacht wat zou ... en ik vroeg aan haar en ... ik deed net of ik ... nou ... onschuld, hee en hoe gaat dat dan? "Ach joa," zei ze, "dat dee mien moeke ook aaltied," mijn moeke, moeder deed dat ook altijd, ja ze zeggen dat dan de rook van wat je, wat je stookt dat komt dan tegen de onweerswolken aan en die verdwijnen dan. Hai, ik dacht nou wat is dat, wie is dat noe ? En ... naar huis fietsende dacht ik daar over na, naderde het dorp, vrouw en oudste meisje zaten al aan tafel, maar de gedachte liet me niet los. Ik heb eens getracht te informeren hier en daar, pas toen wij in Heerlen waren, in Zuid-Limburg, daar had je de hogeschool van theologie en pastoraat en daar vroeg ik aan aan een van de ... hoogleraren die ik daar kende, vertelde ik dat verhaal toen zei 'ie: "Oh ja? Nou, dat ... heb ik ... dat verhaal heb ik in midden Limburg ook weleens gehoord." Het zou dan een restant zijn van het oud Germaanse weeroffer aan de weergoden. Ik meende dat hij het zo onder onder woorden bracht. Ik heb het verhaal later nooit meer gehoord in Groningen en ik vrees dat het ... althans in die streek, met het overlijden van deze vrouw Tenhove met haar in het graf verdwenen is.
Ik reed op een zomer namiddag vanuit het oosten (Kanster oost werd dat genoemd) weer naar het dorp toe na een bezoek gebracht te hebben ergens en was ongeveer een kilometer verwijderd van het dorp dat ik in de verte zag liggen. Rechts passeerde ik ineens (ik zag 't aankomen) het huisje van de familie Tenhove. Geert Tenhove en zijn vrouw, waren landarbeiders; landarbeidershuisjes... stonden altijd aan de weg en dan kreeg je de ree, dat is de zijweg naar de boerderij toe, de boerderijen lagen nooit precies aan de weg. Ik dacht, nou ik stap even af. Het was een uur of vijf denk ik, en het was een beetje onweersachtig, een beetje drukkend ... zomerweer en ... ik ga even kijken hoe het met Tenhove is. Het duifje begon te koeren, ze hadden een duifje hangen in een kooi, en die functioneerde als waakhond en ... ik deed de klink open en riep 'volk' en vrouw Tenhove (ja, toen zei je nog vrouw, nu zou je het belachelijk vinden als je mevrouw zou zeggen of juffrouw) ... ik heb je al zain domie, ik heb je al gezien dominee, doefke het je al zain, het duifje heeft je al gezien, goat moar zitt'n. (Ja, ik zeg dat Gronings nu even niet om het bespottelijk te maken, maar omdat het een bijna tweede taal voor ons was om aan te horen; je moest het nooit proberen zelf te spreken.) Ik ging zitten en toen maakte ze al gauw ... ging ze naar het fornuis toe en zo'n fornuis met van die ijzeren ringen, steeds groter naar de ene kant en steeds kleiner aan de ander kant. In het midden, de middelste had een klein staafje dwars over en daar kon je met een haak kon je dat eerste d'r af te halen. Toen gooide ze daar takjes in en ging een vuurtje maken en ik zei tegen haar: "Nee vrouw Tenhove moet u niet doen want ik ga zo weer weg , 'k ga naar huis en 't is ..." "Nee" zei ze. Maar ik zei: "Je moet moet geen koffie of thee maken, want ik ga zo weer weg." "Maar dat dou ik ook nait, dat doe ik ook niet", zei ze. Ik zeg: maar wat ..., kreeg me nieuwsgierig, wat doe ik dan? Toen keek ze mij aan, toen zei ze: "Ik goa 't weer verdrieven," ik ga het weer verdrijven. Hee, ik was verbaasd en ik dacht wat zou ... en ik vroeg aan haar en ... ik deed net of ik ... nou ... onschuld, hee en hoe gaat dat dan? "Ach joa," zei ze, "dat dee mien moeke ook aaltied," mijn moeke, moeder deed dat ook altijd, ja ze zeggen dat dan de rook van wat je, wat je stookt dat komt dan tegen de onweerswolken aan en die verdwijnen dan. Hai, ik dacht nou wat is dat, wie is dat noe ? En ... naar huis fietsende dacht ik daar over na, naderde het dorp, vrouw en oudste meisje zaten al aan tafel, maar de gedachte liet me niet los. Ik heb eens getracht te informeren hier en daar, pas toen wij in Heerlen waren, in Zuid-Limburg, daar had je de hogeschool van theologie en pastoraat en daar vroeg ik aan aan een van de ... hoogleraren die ik daar kende, vertelde ik dat verhaal toen zei 'ie: "Oh ja? Nou, dat ... heb ik ... dat verhaal heb ik in midden Limburg ook weleens gehoord." Het zou dan een restant zijn van het oud Germaanse weeroffer aan de weergoden. Ik meende dat hij het zo onder onder woorden bracht. Ik heb het verhaal later nooit meer gehoord in Groningen en ik vrees dat het ... althans in die streek, met het overlijden van deze vrouw Tenhove met haar in het graf verdwenen is.
Beschrijving
Een vrouw probeert onweerswolken te verdrijven door middel van rook.
Bron
bandopname augustus 2001
Commentaar
augustus 2001
De verhalen spelen in Kantens (Groningen) en omgeving in de periode 1950-1958.
Naam Overig in Tekst
Kanster oost   
familie Tenhove   
Geert Tenhove   
Gronings   
Germaanse   
Naam Locatie in Tekst
Heerlen   
Zuid-Limburg   
Limburg   
Groningen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
