Hoofdtekst
Karel V was eens met zijn gezelschap in Duitsland. Hij was op jacht en dwaalde van de zijnen af. Toen kwam hij bij een hut. Hij trad binnen en zag dat daar vier mannen bij de tafel zaten te slapen, alle vier met het hoofd op tafel. 't Waren rovers.
Ze werden wakker en toen ze Karel zagen, die er heel deftig uitzag, dachten ze: daar zit wel wat aan te roven.
Ze hadden alle vier gedroomd, zeiden ze.
De eerste zei tegen de keizer: "Ik droomde van uw mantel. Die wil ik wel hebben." De keizer gaf ze hem.
Zo hadden de tweede en de derde ook iets gedroomd, dat de keizer bij zich had en de keizer gaf het hun op hun verzoek.
De vierde zei: "Ik droomde van uw fluit. Die wil ik wel hebben."
"Goed," zei Karel, "maar dan zal ik jullie eerst eens laten horen wat een mooie klank die fluit heeft."
Hij ging buiten de hut staan en begon heel luid te fluiten. Toen trad hij de hut weer binnen, en hij gaf de fluit.
Het duurde niet lang of de hut werd omsingeld door Karels gezelschap.
Toen zei Karel tegen de rovers: "Nu zal ik jullie ook nog vertellen wat ik gedroomd heb. Ik droomde dat ik jullie alle vier aan een hoge boom zag hangen." Hij had het nog maar nauwelijks gezegd of een aantal sterke mannen traden de hut binnen en namen de rovers gevangen.
Ze werden alle vier opgehangen.
Ze werden wakker en toen ze Karel zagen, die er heel deftig uitzag, dachten ze: daar zit wel wat aan te roven.
Ze hadden alle vier gedroomd, zeiden ze.
De eerste zei tegen de keizer: "Ik droomde van uw mantel. Die wil ik wel hebben." De keizer gaf ze hem.
Zo hadden de tweede en de derde ook iets gedroomd, dat de keizer bij zich had en de keizer gaf het hun op hun verzoek.
De vierde zei: "Ik droomde van uw fluit. Die wil ik wel hebben."
"Goed," zei Karel, "maar dan zal ik jullie eerst eens laten horen wat een mooie klank die fluit heeft."
Hij ging buiten de hut staan en begon heel luid te fluiten. Toen trad hij de hut weer binnen, en hij gaf de fluit.
Het duurde niet lang of de hut werd omsingeld door Karels gezelschap.
Toen zei Karel tegen de rovers: "Nu zal ik jullie ook nog vertellen wat ik gedroomd heb. Ik droomde dat ik jullie alle vier aan een hoge boom zag hangen." Hij had het nog maar nauwelijks gezegd of een aantal sterke mannen traden de hut binnen en namen de rovers gevangen.
Ze werden alle vier opgehangen.
Beschrijving
Karel V was op jacht in Duitsland. Hij dwaalde af en kwam in een hut met vier rovers. Deze zeiden elk gedroomd te hebben iets van hem te krijgen, en de keizer gaf het hen. De vierde rover wilde de fluit van de koning hebben. Deze wilde dan eerst de mooie klanken eens laten horen, en ging buiten op zijn fluit spelen. Daarop kwam het gezelschap op het hutje af. Toen zei Karel dat hij gedroomd had dat de vier mannen aan hoge bomen hingen. Ze werden meteen allevier opgehangen.
Bron
Corpus Jaarsma, verslag 712, verhaal 16
Commentaar
20 juni 1969
Naam Overig in Tekst
Karel V   
Naam Locatie in Tekst
Duitsland   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
