Hoofdtekst
Een boer had een papegaai en een hond. Die heette Plemejanus. Toen gingen die boer en de frou fot en de knecht en de meid bleven thuis. Ze hadden kip in de pot en die heette Bolstaart. Doe begon de papegaai te razen, want hij hoorde steeds het gebobbel van de kip in de pan.
De meid wou niet hebben dat de papegaai zou vertellen dat ze kip gegeten hadden en strafte hem.
Toen de vrouw terugkwam, zei de papegaai:
De draad gedraaid
en de papegaai den eers dichtgenaaid.
De vrouw begreep het niet.
(zeer onsamenhangend)
De meid wou niet hebben dat de papegaai zou vertellen dat ze kip gegeten hadden en strafte hem.
Toen de vrouw terugkwam, zei de papegaai:
De draad gedraaid
en de papegaai den eers dichtgenaaid.
De vrouw begreep het niet.
(zeer onsamenhangend)
Beschrijving
Een boer en een boerin gingen een avondje uit. De meid en de knecht kookten stiekem een kip. Ze waren bang dat de papegaai hen zou verklikken en straften hem. Toen de boerin terugkwam, zei de papegaai: "De draad gedraaid en de papegaai den eers dichtgenaaid." De vrouw begreep het niet.
Bron
Corpus Jaarsma, verslag 714, verhaal 9
Commentaar
20 juni 1969
Naam Overig in Tekst
Plemejanus   
Bolstaart   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
