Hoofdtekst
¶ Het v. capittel.
¶ "Mijn vriendinnen, ic seg u voerwaer, dat geene verdriet oft
wee des ghelijc en is als dat een man tsins elders draecht,
datmen thuys wel gehoeven soude, bisonder dat goet dat van sinen
210 wive comt." (Glosa) "Voerwaer," seyde daer een oude, ghehieten
Florette die Swarte: "Die ghene die sijn houwelic breket in
overspel, is min tachten dan een jode of sarasijn, want hi is
meyneedich."
¶ "Mijn vriendinnen, ic seg u voerwaer, dat geene verdriet oft
wee des ghelijc en is als dat een man tsins elders draecht,
datmen thuys wel gehoeven soude, bisonder dat goet dat van sinen
210 wive comt." (Glosa) "Voerwaer," seyde daer een oude, ghehieten
Florette die Swarte: "Die ghene die sijn houwelic breket in
overspel, is min tachten dan een jode of sarasijn, want hi is
meyneedich."
Beschrijving
Maandag, vijfde kapittel. Er bestaat geen groter verdriet voor een vrouw dan wanneer haar man zijn zinnen ergens anders zoekt. Een man die overspel pleegt, moet men meer minachten dan een Jood of een Saraceen.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
Jood   
[Joden]   
Sarasijn   
[Saraceen]   
[Arabisch]   
Florette die Swarte   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
