Hoofdtekst
¶ Het xiij. capittel.
"Mijn gebueren ende gesellinnen, ic seg u voerwaer: als een kint
eerst geboren is, ist datmen hem teten geeft van een gebraden
275 appel eert de borst suget, so en salt nemmermeer aen die tafel
onmanierliken eten noch drincken, ende het sals ter seger sijn
in sijn werken ende int spreken onder de vrouwen." (Glose) Maroie
Morelle seide op dien text: "Alst nieu geboren kint heeft een
cleijn dermken totten hoefde toe, so ist lanclivich ende heeft
280 een soeten adem, een goede stemme ende gracelike sprake."
"Mijn gebueren ende gesellinnen, ic seg u voerwaer: als een kint
eerst geboren is, ist datmen hem teten geeft van een gebraden
275 appel eert de borst suget, so en salt nemmermeer aen die tafel
onmanierliken eten noch drincken, ende het sals ter seger sijn
in sijn werken ende int spreken onder de vrouwen." (Glose) Maroie
Morelle seide op dien text: "Alst nieu geboren kint heeft een
cleijn dermken totten hoefde toe, so ist lanclivich ende heeft
280 een soeten adem, een goede stemme ende gracelike sprake."
Beschrijving
Maandag, dertiende kapittel. Als een pasgeboren kind een gebraden appel krijgt voor hij aan de borst gaat, dan zal hij goede tafelmanieren hebben, zal het hem voortvarend gaan in zijn werk en zal hij goed met vrouwen kunnen praten.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
Maroie Morelle   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
