Hoofdtekst
460 ¶ Het sevenste capittel.
"Ic verseker u: wanneer die extren scateren op huys voer die
noen, ende mense van voer siet, dat is een teiken van goeder
niemaren toecomende. Mer alst nader noen ghebuert, ende mense
van achter siet, daer volcht altijt quaet na. Mer ist datter die
465 musscen op garren oft haer nesten maken, dats een teiken van
goeden weder." (Glose) Geertrut Dobbel seide: "Als een oyvaer sine
nest maect op yemans schorsteen, dat is een teiken dat die
meester vanden huse lange leven sal ende rijc worden."
"Ic verseker u: wanneer die extren scateren op huys voer die
noen, ende mense van voer siet, dat is een teiken van goeder
niemaren toecomende. Mer alst nader noen ghebuert, ende mense
van achter siet, daer volcht altijt quaet na. Mer ist datter die
465 musscen op garren oft haer nesten maken, dats een teiken van
goeden weder." (Glose) Geertrut Dobbel seide: "Als een oyvaer sine
nest maect op yemans schorsteen, dat is een teiken dat die
meester vanden huse lange leven sal ende rijc worden."
Beschrijving
Dinsdag, zevende kapittel. Als er voor de noen een ekster op het dak zit en je ziet hem van voren, dan is er goed nieuws onderweg. Als de ekster na de noen schettert en je ziet hem van achteren, dan is dat een slecht voorteken. Mussen die op het huis snateren of er hun nest maken, zijn een teken voor goed weer. Een ooievaar die op het dak zijn nest maakt, is een teken dat de man des huizes een lang, rijk leven zal leiden.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
Geertrut Dobbel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
