Hoofdtekst
615 ¶ Tderde capittel.
"Die tegens eenen kercmuer pist oft opt kerchof, tes wonder
dat hi vander popelcien niet gheraeket en wort eer hi sterft;
ten minsten sal hi tgraveel crighen." (Glose) "Voerwaer," seide
Jacomine Galoyse die den prochiaen lange gedient had: "Die opt
620 kerchof pist oft sijn ghevoech doet, het wiwater dat hy des
sondaghes neemt en sal hem die weke gheen stade doen tegens
den donder."
"Die tegens eenen kercmuer pist oft opt kerchof, tes wonder
dat hi vander popelcien niet gheraeket en wort eer hi sterft;
ten minsten sal hi tgraveel crighen." (Glose) "Voerwaer," seide
Jacomine Galoyse die den prochiaen lange gedient had: "Die opt
620 kerchof pist oft sijn ghevoech doet, het wiwater dat hy des
sondaghes neemt en sal hem die weke gheen stade doen tegens
den donder."
Beschrijving
Woensdag, derde kapittel. Degene die tegen de kerkmuur of op het kerkhof plast, zal waarschijnlijk een beroerte krijgen. Het kan ook gebeuren dat het wijwater dat de wildplasser de zondag erna drinkt niet bestand is tegen het kwaad.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
Jacomine Galoyse   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
