Hoofdtekst
¶ Het vi. capittel.
"Als die wint is noert zuden, so souden dye wise vrouwen afsniden
een eyndeken van haren jongen calver rechter oore, ende
640 werpen dat tegen den wint, op dattet calf wassen ende dijen
mocht." (Glose) Maroie die Verbrande seyde: "Ick meen voerwaer:
die Sinte Bertelmeeusen geloefde sijn rechter oere dattet oec dien
soude."
"Als die wint is noert zuden, so souden dye wise vrouwen afsniden
een eyndeken van haren jongen calver rechter oore, ende
640 werpen dat tegen den wint, op dattet calf wassen ende dijen
mocht." (Glose) Maroie die Verbrande seyde: "Ick meen voerwaer:
die Sinte Bertelmeeusen geloefde sijn rechter oere dattet oec dien
soude."
Beschrijving
Woensdag, zesde kapittel. Met zuidenwind snijden de wijze vrouwen een stukje van het rechteroor van hun kalveren af. Ze gooien het stukje oor tegen de wind in zodat de kalveren goed groeien.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
Maroie die Verbrande   
Sinte Bertelmeeusen   
[Sint-Barthelomeus]   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
