Hoofdtekst
[¶ Het xvij. capittel.]
"Als een vrou smergens om haren stal gaet die koeyen melcken, en
seit si niet `God hoedt u ende Sinte Brye', soe smiten coeyen
garne achter uut, of breken den pot, of storten tmelc." (Glose)
715 Mits dien hief haer op een oude quene ende seide: "Alst calf
niet eten en wil, noch metten vinger, noch anders, dats een
teiken dat de styer, diet wan, geen liefde totter moeder en hadt."
"Als een vrou smergens om haren stal gaet die koeyen melcken, en
seit si niet `God hoedt u ende Sinte Brye', soe smiten coeyen
garne achter uut, of breken den pot, of storten tmelc." (Glose)
715 Mits dien hief haer op een oude quene ende seide: "Alst calf
niet eten en wil, noch metten vinger, noch anders, dats een
teiken dat de styer, diet wan, geen liefde totter moeder en hadt."
Beschrijving
Woensdag, zeventiende kapittel. Als een vrouw de koeien gaat melken, moet ze zeggen: 'God hoedt u en Sint-Brye'. Zegt ze dat niet dan werken de koeien niet mee. Een kalf die niet wil eten is een teken dat de stier niet van de koe heeft gehouden.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
God   
Sint-Brye   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
