Hoofdtekst
730 ¶ Het xx. capittel.
"Als een man bereet is te paerde te scriden, soe en sal hi sijn
swaert niet nemen van sijns wijfs hant, noch geen ander harnas,
want had hijs te doen, het soud hem hinderen." (Glose) Engel
Groenader seide, dattet haren man eens gebuerde, want op eenen
735 nacht daer hy reed, sach hi wat quaets, ende hi en konde
zijn mes niet uut trecken.
"Als een man bereet is te paerde te scriden, soe en sal hi sijn
swaert niet nemen van sijns wijfs hant, noch geen ander harnas,
want had hijs te doen, het soud hem hinderen." (Glose) Engel
Groenader seide, dattet haren man eens gebuerde, want op eenen
735 nacht daer hy reed, sach hi wat quaets, ende hi en konde
zijn mes niet uut trecken.
Beschrijving
Woensdag, twintigste kapittel. Als een man een paard bestijgt, dan moet hij zijn zwaard niet uit de hand van zijn vrouw nemen en hij moet ook geen ander harnas aandoen. Dit zal hem hinderen.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
Engel Groenader   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
