Hoofdtekst
¶ Het vijfste capittele.
"Eens pape meissen die in haer sonden verduert totter doot, weet
datsi tsduvels paert is, ende men en derf voer haer niet bidden."
790 (Glose) Een oude quene seide, dat die sonde mocht afgewasscen
worden bi bede van den priester, ende bi die kinderen die si
crigen, al waert datse selden goet eijnde namen.
"Eens pape meissen die in haer sonden verduert totter doot, weet
datsi tsduvels paert is, ende men en derf voer haer niet bidden."
790 (Glose) Een oude quene seide, dat die sonde mocht afgewasscen
worden bi bede van den priester, ende bi die kinderen die si
crigen, al waert datse selden goet eijnde namen.
Beschrijving
Donderdag, vijfde kapittel. Het liefje van de priester weet dat zij het paard van de duivel is en men mag niet voor haar bidden. De zonde wordt minder groot door het gebed van de priester en de kinderen die ze krijgen.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20