Hoofdtekst
¶ Het x. capittel.
"Alsmen witte monicken siet gaen of riden achter lande, so en
salmen des weechs niet reisen, wanttet dan gaerne leelick weder
is." (Glose) "Sommighe vroede vrouwen," seide Mariotte Pelee,
1030 "hebben geseit dattet ghemoet van eenen witten monnick smergens
een quaet teyken is, mer van eenen swarten monnick isset goet, op
dat hi niet wits en hevet."
"Alsmen witte monicken siet gaen of riden achter lande, so en
salmen des weechs niet reisen, wanttet dan gaerne leelick weder
is." (Glose) "Sommighe vroede vrouwen," seide Mariotte Pelee,
1030 "hebben geseit dattet ghemoet van eenen witten monnick smergens
een quaet teyken is, mer van eenen swarten monnick isset goet, op
dat hi niet wits en hevet."
Beschrijving
Vrijdag, tiende kapittel. Ga niet dezelfde weg als de witte monniken, want dan zal het slecht weer zijn. Als je 's ochtends een witte monnik ontmoet, is dat een slecht teken. Ontmoet je een zwarte monnik, dan is het een goed teken.
Bron
G.J.Boekenoogen (ed.): Die evangelien vanden spinrocke. 's-Gravenhage 1910 (facsimile)
Commentaar
ca. 1520
Naam Overig in Tekst
Mariotte Pelee [Cisterciënzer   
Benedictijn]   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
