Hoofdtekst
Daar was eens een matroos, die Dronken Gerrit genoemd werd. Op een keer aan wal zijnde, zag hij een tumult en een ophooping van menschen.
"Wat is hier aan de hand?" vroeg hij.
"O, daar is een oud wijf die van den steen gesneden moet, alias dood gemaakt, omdat ze haar schuld niet betaalt."
"Is het anders niet? Dan zal ik het wel betalen."
Dit gebeurde en de vrouw was vrij. 's Avonds uit de kroeg komend, kwam hem een schim op zijde die op het oude vrouwtje geleek.
"Wat moet je?"
"Ik bedank je wel voor wat je gedaan hebt, en als het noodig is, kan je op mijn hulp rekenen."
"Loop naar den bliksem," zei de matroos en liep weg.
Na een paar reizen begon hem het varen te verdrieten. Werken wilde hij ook niet, dus sloot hij zich bij een rooversbende aan. Dit ging niet gemakkelijk. Eerst had hij een proeftijd. Hij moest het hol bewaken en aardappelen schillen. Toen hij dit eenige keeren gedaan had, hoorde hij zuchten van een mensch. Eerst was hij bang, maar eindelijk ging hij het hol in. Daar vond hij een jonge vrouw in een gouden kleed, levend van aardappelenschillen. Zij vertelde dat zij een gestolen koningsdochter was. Hij besloot haar te bevrijden. Te dien einde stelde hij zijn makkers voor eindelijk ook eens te mogen rooven, want dat men hem nu wel kon vertrouwen. Dit gebeurde. Avond op avond kwam hij met gouden ringen, diamanten etcetera te huis. Toen hij genoegzaam vertrouwd was, ging hij in het hol, bevrijdde de koningsdochter en ging met haar naar de stad. Haar kleed verkocht hij, kocht daar een logement voor en trouwde met haar. Weldra kregen zij een kind.
Onderwijl had de koning overal advertenties geplaatst om zijn dochter terug te hebben en beloofde een goede belooning. Gerrit durfde haar evenwel niet terug te brengen om de roovers. Op een goeden dag kwam een zeekapitein in de herberg. Hij ging met Gerrit aan het praten. Daar vroeg de zeekapitein opeens van wie dat portret was dat aan den wand hing.
"O," zei Gerrit, "dat is van mijn vrouw: dat is eigenlijk een koningsdochter (enzovoort, enzovoort). Ik durf haar niet terug te brengen om de roovers."
De kapitein had vermoeden er op gehad, omdat de koning portretten van zijn dochter had laten verspreiden. De kapitein besloot zelf de premie te verdienen. Hij sloeg dus aan Gerrit voor met zijn vrouw op 't schip thee te drinken. Gerrit deed dit. Nu had de kapitein bevel gegeven dadelijk weg te zeilen en bovendien om Gerrit, zoodra hij weer op dek kwam, overboord te gooien. Al heel spoedig bemerkte Gerrit dat het schip bewoog. Hij wilde weg. Op dek gekomen vroeg men of hij overboord gegooid wilde worden of zelf springen.
"Dan spring ik liever zelf," zei Gerrit, "maar het is zonde dat mijn mooie pak mee naar de haaien gaat. Wie wil het ruilen voor een pikbroek enzovoort?"
Nu, dat wilde ieder en spoedig was Gerrit weer matroos. Hij sprong achter in de boot die aan het schip bevestigd was en sneed die los met het mes dat in het pikpak zat. Daarop had hij gerekend. Na lang zwerven kwam hij in een onbekend land. Daar heerschte groote vreugde. Gerrit vroeg naar den reden. De koning gaf feest omdat zijn dochter teruggekeerd was. Op het hooren van der koningsdochter naam dacht hij opeens ook weer aan zijn kind dat achtergebleven was.
Opeens kwam een vrouwtje aan zijn zijde loopen en zeide: "Gij denkt: had ik nu mijn kind maar."
"Dat is zoo," zei Gerrit, "maar hoe weet jij dat?"
"Ja," zei ze, "ik ben het vrouwtje dat naar den bliksem kon loopen, maar dat heb ik je vergeven omdat je een ronde zeeman bent."
Gerrit kreeg zijn kind.
Hij drong door het volk en zeide: "Ik wil vandaag ook op het feest."
Men lachte. Gerrit stond met zijn kind vooraan. Toen de koningsdochter hem zag, bleef ze staan en gaf hem een goed drinkgeld, terwijl ze het kind kuste. Meer durfde ze niet, want ze stond onder de macht van den zeekapitein.
Gerrit besloot audiëntie te vragen, nadat hij zijn kind had weggebracht. De koning wilde hem op dezen feestdag geen gehoor geven, doch de dochter drong aan. Zij leidde hem aan tafel: vlak tegenover haar moest hij plaatsnemen. Nu stelde zij voor dat ieder der gasten zijn wederwaardigheden zou vertellen. De zeekapitein deed dit, maar vertelde Gerrits levensgeschiedenis. Zijn verblijf onder roovers, zijn bevrijding van de dochter enzovoort, enzovoort, zooals hij die van dezen gehoord had. Toen kwam de beurt aan de koningsdochter die verzocht haar geschiedenis te mogen verzwijgen. Daarop was het Gerrits beurt. Hij vertelde dezelfde geschiedenis als de kapitein. De koning vroeg of hij hem voor den gek hield.
"Nee," zei Gerrit, "maar die kerel heeft u bedrogen."
En zo vertelde hij zijn vlucht, omzwerving enzovoort. De koning vroeg zijn dochter of dit waar was. Zij bevestigde het en Gerrit mocht met haar (over)trouwen en zijn kind halen. De koning wilde de kapitein in de kokende olie laten duwen, doch op smeeken van zijn dochter werd zijn hoofd kaal geschoren en werd hij zoo onder de wolven in het bosch gestuurd.
"Wat is hier aan de hand?" vroeg hij.
"O, daar is een oud wijf die van den steen gesneden moet, alias dood gemaakt, omdat ze haar schuld niet betaalt."
"Is het anders niet? Dan zal ik het wel betalen."
Dit gebeurde en de vrouw was vrij. 's Avonds uit de kroeg komend, kwam hem een schim op zijde die op het oude vrouwtje geleek.
"Wat moet je?"
"Ik bedank je wel voor wat je gedaan hebt, en als het noodig is, kan je op mijn hulp rekenen."
"Loop naar den bliksem," zei de matroos en liep weg.
Na een paar reizen begon hem het varen te verdrieten. Werken wilde hij ook niet, dus sloot hij zich bij een rooversbende aan. Dit ging niet gemakkelijk. Eerst had hij een proeftijd. Hij moest het hol bewaken en aardappelen schillen. Toen hij dit eenige keeren gedaan had, hoorde hij zuchten van een mensch. Eerst was hij bang, maar eindelijk ging hij het hol in. Daar vond hij een jonge vrouw in een gouden kleed, levend van aardappelenschillen. Zij vertelde dat zij een gestolen koningsdochter was. Hij besloot haar te bevrijden. Te dien einde stelde hij zijn makkers voor eindelijk ook eens te mogen rooven, want dat men hem nu wel kon vertrouwen. Dit gebeurde. Avond op avond kwam hij met gouden ringen, diamanten etcetera te huis. Toen hij genoegzaam vertrouwd was, ging hij in het hol, bevrijdde de koningsdochter en ging met haar naar de stad. Haar kleed verkocht hij, kocht daar een logement voor en trouwde met haar. Weldra kregen zij een kind.
Onderwijl had de koning overal advertenties geplaatst om zijn dochter terug te hebben en beloofde een goede belooning. Gerrit durfde haar evenwel niet terug te brengen om de roovers. Op een goeden dag kwam een zeekapitein in de herberg. Hij ging met Gerrit aan het praten. Daar vroeg de zeekapitein opeens van wie dat portret was dat aan den wand hing.
"O," zei Gerrit, "dat is van mijn vrouw: dat is eigenlijk een koningsdochter (enzovoort, enzovoort). Ik durf haar niet terug te brengen om de roovers."
De kapitein had vermoeden er op gehad, omdat de koning portretten van zijn dochter had laten verspreiden. De kapitein besloot zelf de premie te verdienen. Hij sloeg dus aan Gerrit voor met zijn vrouw op 't schip thee te drinken. Gerrit deed dit. Nu had de kapitein bevel gegeven dadelijk weg te zeilen en bovendien om Gerrit, zoodra hij weer op dek kwam, overboord te gooien. Al heel spoedig bemerkte Gerrit dat het schip bewoog. Hij wilde weg. Op dek gekomen vroeg men of hij overboord gegooid wilde worden of zelf springen.
"Dan spring ik liever zelf," zei Gerrit, "maar het is zonde dat mijn mooie pak mee naar de haaien gaat. Wie wil het ruilen voor een pikbroek enzovoort?"
Nu, dat wilde ieder en spoedig was Gerrit weer matroos. Hij sprong achter in de boot die aan het schip bevestigd was en sneed die los met het mes dat in het pikpak zat. Daarop had hij gerekend. Na lang zwerven kwam hij in een onbekend land. Daar heerschte groote vreugde. Gerrit vroeg naar den reden. De koning gaf feest omdat zijn dochter teruggekeerd was. Op het hooren van der koningsdochter naam dacht hij opeens ook weer aan zijn kind dat achtergebleven was.
Opeens kwam een vrouwtje aan zijn zijde loopen en zeide: "Gij denkt: had ik nu mijn kind maar."
"Dat is zoo," zei Gerrit, "maar hoe weet jij dat?"
"Ja," zei ze, "ik ben het vrouwtje dat naar den bliksem kon loopen, maar dat heb ik je vergeven omdat je een ronde zeeman bent."
Gerrit kreeg zijn kind.
Hij drong door het volk en zeide: "Ik wil vandaag ook op het feest."
Men lachte. Gerrit stond met zijn kind vooraan. Toen de koningsdochter hem zag, bleef ze staan en gaf hem een goed drinkgeld, terwijl ze het kind kuste. Meer durfde ze niet, want ze stond onder de macht van den zeekapitein.
Gerrit besloot audiëntie te vragen, nadat hij zijn kind had weggebracht. De koning wilde hem op dezen feestdag geen gehoor geven, doch de dochter drong aan. Zij leidde hem aan tafel: vlak tegenover haar moest hij plaatsnemen. Nu stelde zij voor dat ieder der gasten zijn wederwaardigheden zou vertellen. De zeekapitein deed dit, maar vertelde Gerrits levensgeschiedenis. Zijn verblijf onder roovers, zijn bevrijding van de dochter enzovoort, enzovoort, zooals hij die van dezen gehoord had. Toen kwam de beurt aan de koningsdochter die verzocht haar geschiedenis te mogen verzwijgen. Daarop was het Gerrits beurt. Hij vertelde dezelfde geschiedenis als de kapitein. De koning vroeg of hij hem voor den gek hield.
"Nee," zei Gerrit, "maar die kerel heeft u bedrogen."
En zo vertelde hij zijn vlucht, omzwerving enzovoort. De koning vroeg zijn dochter of dit waar was. Zij bevestigde het en Gerrit mocht met haar (over)trouwen en zijn kind halen. De koning wilde de kapitein in de kokende olie laten duwen, doch op smeeken van zijn dochter werd zijn hoofd kaal geschoren en werd hij zoo onder de wolven in het bosch gestuurd.
Onderwerp
AT 0506B - The Princess Rescued from Robbers   
ATU 0505 - The Grateful Dead.   
Beschrijving
Matroos redt het leven van een oude vrouw die hem verzekert dat ze hem zal helpen als dat nodig is. Hij sluit zich aan bij een roversbende en ontdekt een ontvoerde koningsdochter. Na verloop van tijd vlucht hij met haar, koopt een logement, trouwt met haar en krijgt een kind. De koning is op zoek naar zijn dochter en looft een beloning uit. De matroos durft uit angst voor de rovers haar niet terug te brengen. Bij een bezoek van een zeekapitein vertelt hij dat zijn vrouw de gezochte koningsdochter is. De kapitein nodigt beiden op zijn schip uit, met de bedoeling om meteen weg te varen en de man overboord te gooien, om zo de beloning te kunnen innen. De man die mag kiezen uit gegooid worden of zelf te springen, kiest voor zelf springen, maar wil dan eerst ruilen van kleding. Dat gebeurt, de man springt in een boot achter het schip, snijdt die los, en belandt na lang zwerven in een onbekend land waar feest wordt gevierd vanwege de terugkomst van de dochter van de koning. De man denkt dan aan zijn achtergebleven kind, en meteen loopt er een vrouw naast hem die weet dat hij aan zijn kind denkt. Zij geeft hem zijn kind, hij gaat er mee naar het feest. Daar ziet de koningsdochter hen en zij kust alleen het kind. De man krijgt audiëntie bij de koning, waar zijn vrouw voorstelt dat iedereen zijn levensverhaal zal vertellen. De zeekapitein vertelt het levensverhaal van de man, de dochter vraagt te mogen zwijgen, de man vertelt hetzelfde als de zeekapitein, aangevuld met wat hij verder beleefde. De koningsdochter bevestigt het verhaal, waarop zij mogen trouwen. De koning wil de kapitein in kokende olie laten duwen, maar op voorspraak van zijn dochter blijft het er bij dat hij kaalgeschoren het bos met wolven wordt ingestuurd.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Motief
L161 - Lowly hero marries princess.   
H1385.1 - Quest for stolen princess.   
R111.1.2 - Princess rescued from robbers.   
H11.1 - Recognition by telling life history.   
Commentaar
21 september 1899
Aangezien de oude vrouw op natuurlijke wijze niet in het vreemde land kan opduiken, neemt C. Bakker aan dat de vrouw eigenlijk een watergeest is (C. Bakker: `Les génies des eaux et le folklore de Broek in Waterland (Hollande)' in: Revue anthropologique 38 (1928) 4-6).
In de verhalen behorend tot het AT 506 type is de helper meestal geen oud vrouwtje maar doorgaans een dankbare dode.
In de verhalen behorend tot het AT 506 type is de helper meestal geen oud vrouwtje maar doorgaans een dankbare dode.
The Princess Rescued from Robbers
Naam Overig in Tekst
Dronken Gerrit   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
