Hoofdtekst
Er is een dronken vent, en die ligt ergens aan de kant van de weg. Hij wordt gevonden door de broeder van een klooster. Die neemt hem mee naar dat klooster.
De broeder kleedt die dronken vent uit en geeft hem een nachthemd en een slaapmuts. Hij laat hem een kandelaar met een kaars achter.
's Nachts moest die vent nodig plasse dat hij neemt de kaars, steekt hem aan en loopt door de gangen van het klooster, waarbij hij plotseling hoorde:
"Ben je een geest of kom je van God?"
"Nee," zei hij, "ik ben Jansen en zoek naar de pot."
De broeder kleedt die dronken vent uit en geeft hem een nachthemd en een slaapmuts. Hij laat hem een kandelaar met een kaars achter.
's Nachts moest die vent nodig plasse dat hij neemt de kaars, steekt hem aan en loopt door de gangen van het klooster, waarbij hij plotseling hoorde:
"Ben je een geest of kom je van God?"
"Nee," zei hij, "ik ben Jansen en zoek naar de pot."
Beschrijving
Een kloosterbroeder geeft een dronken man die hij aan de kant van de weg heeft gevonden onderdak voor de nacht in het klooster. Als de dronkelap 's nachts opstaat om te gaan plassen, hoort hij een stem 'Ben je een geest of kom je van God?' zeggen. De man antwoordt 'ik ben Jansen en zoek naar de pot',
Bron
Collectie Jaarsma, verslag 1140, verhaal 5 (archief MI)
Commentaar
6 september 1974
Naam Overig in Tekst
God   
Jansen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
