Hoofdtekst
Een autorijder krijgt op een avond laat pech met zijn auto. Hij gaat bij de eerste de beste boerderij aan en vraagt of hij daar mag slapen.
Dat mag, in 't hooi is plaats genoeg.
De volgende morgen, als hij weg wil, nodigt de boer hem uit om met hen samen pap te eten.
Daar komt een grote pan met pap midden op tafel.
En de boer en de vrouw en het kind en hij eten daar uit. Daar krijgt hij een dikke klont in zijn mond. Die neemt hij der uit en legt hem in de asbak.
"Wat had je daar?" vraagt de boer.
"Een kluit."
"O, die heb ik ook al drie keer in mijn mond gehad," zegt-ie.
(J. Baanen, verslag no. B65-1250)
Dat mag, in 't hooi is plaats genoeg.
De volgende morgen, als hij weg wil, nodigt de boer hem uit om met hen samen pap te eten.
Daar komt een grote pan met pap midden op tafel.
En de boer en de vrouw en het kind en hij eten daar uit. Daar krijgt hij een dikke klont in zijn mond. Die neemt hij der uit en legt hem in de asbak.
"Wat had je daar?" vraagt de boer.
"Een kluit."
"O, die heb ik ook al drie keer in mijn mond gehad," zegt-ie.
(J. Baanen, verslag no. B65-1250)
Beschrijving
Een automobilist met panne krijgt onderdak en onbijt in een boerderij. Het ontbijt bestaat uit een grote pan pap, waaruit het hele gezin eet. De gast haalt een kluit uit zijn mond en legt die in de asbak. De boer constateert dat hij die kluit ook al drie keer in zijn mond had gehad.
Bron
Verslag B65-1250 (archief Jaarsma, Meertens Instituut)
Commentaar
ca. 1970
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21