Hoofdtekst
14. DE MOORDWONING
In dat gedeelte van Vlaardingerambacht dat de Zuidbuurt wordt genoemd, stond midden in het veld een huis, dat de Moordwoning heette. Op zekere najaarsavond kwamen er vier rovers het erf op, haalden een varken uit het kot en spijkerden het beest met zijn staart aan de staldeur vast. Op het hevig geschreeuw van het dier kwamen de boer en de boerin, de knecht en de meid naar buiten en ze werden alle vier door de rovers vermoord. Daarop drongen zij het huis binnen en doodden ook de kinderen, behalve de jongste, een zuigeling die in de wieg sliep. Ze maakten zich toen meester van alles wat waarde had en verdwenen met hun buit. Nadat zij enige ogenblikken onderweg waren, meenden twee van de vier dat ze dom hadden gedaan om de werfhond niet af te maken en zij keerden op hun schreden terug om de hond te doden. Het dier stelde zich echter zo woedend te weer en blafte zo luid, dat zij het veiliger achtten te vertrekken zonder hun plan uit te voeren.
Enige uren later werd de misdaad door de buren ontdekt, die zich naar de Maaskant wilden begeven, in de mening dat de rovers de rivier waren overgestoken, maar de hond hield hen tegen en ging hen voor, de weg op naar Vlaardingen en daarna, zonder op te houden of te weifelen, naar Rotterdam. En waarlijk, daar werden de misdadigers gegrepen en met kort recht ter dood gebracht. Dit zou op het einde van de zeventiende eeuw zijn gebeurd.
(Vlaardingen)
In dat gedeelte van Vlaardingerambacht dat de Zuidbuurt wordt genoemd, stond midden in het veld een huis, dat de Moordwoning heette. Op zekere najaarsavond kwamen er vier rovers het erf op, haalden een varken uit het kot en spijkerden het beest met zijn staart aan de staldeur vast. Op het hevig geschreeuw van het dier kwamen de boer en de boerin, de knecht en de meid naar buiten en ze werden alle vier door de rovers vermoord. Daarop drongen zij het huis binnen en doodden ook de kinderen, behalve de jongste, een zuigeling die in de wieg sliep. Ze maakten zich toen meester van alles wat waarde had en verdwenen met hun buit. Nadat zij enige ogenblikken onderweg waren, meenden twee van de vier dat ze dom hadden gedaan om de werfhond niet af te maken en zij keerden op hun schreden terug om de hond te doden. Het dier stelde zich echter zo woedend te weer en blafte zo luid, dat zij het veiliger achtten te vertrekken zonder hun plan uit te voeren.
Enige uren later werd de misdaad door de buren ontdekt, die zich naar de Maaskant wilden begeven, in de mening dat de rovers de rivier waren overgestoken, maar de hond hield hen tegen en ging hen voor, de weg op naar Vlaardingen en daarna, zonder op te houden of te weifelen, naar Rotterdam. En waarlijk, daar werden de misdadigers gegrepen en met kort recht ter dood gebracht. Dit zou op het einde van de zeventiende eeuw zijn gebeurd.
(Vlaardingen)
Beschrijving
Rovers moorden een boerderij uit en roven de spullen. Ze verzuimen de hond te doden, die zich verweert, en die het spoor van de daders weet te volgen. Ze krijgen de doodstraf.
Bron
J.R.W. Sinninghe: Spokerijen in Rijnland, Delfland en Schieland. Sagen, legenden en volksverhalen, veelal uit de volksmond opgetekend. Zaltbommel 1977. p. 22
Naam Overig in Tekst
Vlaardingerambacht   
Moordwoning   
Maaskant   
Naam Locatie in Tekst
Zuidbuurt   
Vlaardingen   
Rotterdam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
