Hoofdtekst
Op de Plaats in Den Haag ligt, voor het standbeeld van Jan de Witt, een steen in het plaveisel, de Aleidissteen. Deze steen is van het Buitenhof, waar hij lag op de plek waar Aleida van Poelgeest werd vermoord, hierheen gebracht. Sommigen menen dat men op deze "blauwe steen" nog de tekenen van de zwaardhouwen kan zien. Anderen geloven echter dat die inkervingen op de steen, zeven in getal, daar zijn aangebracht op de dag dat de verzoening tot stand kwam tussen de familieleden van de moordenaars en van hun slachtoffers, Aleida en de jonge edelman Kuser, die haar vergezelde. In dat geval zou er sprake zijn van een gerechtssteen of zoensteen.
Aleida was een opvallende schoonheid van goede huize. Haar vader bezat het slot Klein Poelgeest bij Koudekerk en was rentmeester van Zuid-Holland. Hertog Aelbrecht, graaf van Holland, had zijn oog op Aleida laten vallen. Zij werd zijn vriendinnetje en daardoor verliep haar leven vlot en vrolijk. Het ongeluk echter wilde dat zij een voor die tijd al te moderne vrouw was en zich met de politiek ging bemoeien. Daar ze intelligent was, zag ze duidelijk in dat de kooplieden in de steden het op de duur moesten winnen van de edelen, die krap bij kas waren. Zij overtuigde hertog Aelbrecht dat het in zijn belang was om de zijde der Kabeljauwen te kiezen. Dit zagen de Hoekse edelen met lede ogen aan en in hun grenzeloze naïviteit meenden ze dat alles weer ten goede zou keren door het elimineren van de progressieve Aleida. Er werd dus besloten om Aleida om te brengen en zoveel adellijke sluipmoordenaars boden hun diensten aan, dat men een keuze moest doen. Ten slotte werden zeven edelen uitverkoren. Op een later herfstavond in het jaar 1393 keerde Aleida terug van het Binnenhof, in gezelschap van Willem Kuser, baljuw van Amstel en Waterland, toen zij op het bestrate pad dat naar haar woning leidde, werden overvallen en gedood. De daders en hun vrienden werden vogelvrij verklaard en de oude Koenraad Kuser, die zijn zoon wilde wreken, verzamelde zijn aanhangers.
Dank zij de steden, die hem met hun geduchte belegeringswerktuigen te hulp kwamen, gelukte het hem de kastelen der Hoekse edelen te veroveren en te verbranden. Paddenpoel, Hodenpijl, Warmond, Duivenvoorde, Heemstede en Zandhorst werden achtereenvolgens van de kaart gewist, terwijl van het hoge huis van Altena slechts twee torens intact werden gelaten.
Eerst twintig jaar later kwam de verzoening tot stand tussen de families van de vermoorden en de moordenaars, die hiervoor echter een hoge prijs moesten betalen.
(Den Haag)
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Plaats   
Jan de Witt   
Aleidissteen   
Buitenhof   
Aleida van Poelgeest   
Willem Kuser   
Klein Poelgeest   
Hertog Albrecht van Beieren   
Aelbrecht   
Hoeken   
Kabeljauwen   
Hoekse en Kabeljauwse Twisten   
Koenraad   
Kuser   
Duivenvoorde   
Zandhorst   
Naam Locatie in Tekst
Den Haag   
Koudekerk   
Zuid-Holland   
Holland   
Binnenhof   
Amstelland   
Waterland   
Paddenpoel   
Hodenpijl   
Warmond   
Heemstede   
Altena   
