Hoofdtekst
Daar was een ouwe ongetroude boer.
Toen kwam er eens een bij hem op vesite, ook een boer.
Toen kwamen ze in de schuur en die boer zag daar boven in die schuur wat in de hanebalken hangen. 't Was een paardepoot.
Hij zegt: "Wat betekent dat, die paardepoot daar?"
Die andere boer zei: Toen mijn ouders overleden waren, bleef ik alleen over. Toen moest ik een paard kopen. En toen ging ik naar de markt toe om een paard te kopen.
Maar mijn buurman had gezegd: - Laat je er niet tussennemen - Want ik was nog een jonge knaap.
Ik was overmoedig en zei: - Ik ken wel een paard. -
En ik kocht een paard op de markt.
Maar de volgende dag kreeg dat paard koliek. En het gong dezelfde dag dood aan de koliek.
Om niet wéér zo'n grap uut te halen heb ik die paardepoot boven in de hanebalk gehangen. Dan wist ik waar ik aan toe was, als ik wéér wat moest doen.
Dertig jaar later dacht diezelfde man: "Ik moet zien dat ik een vrouw krijg." Dat alleen-wezen voldeed niet vanzelf.
Hij woonde afgelegen en had niet veel gelegenheid om met vrouwen in aanraking te komen.
Op de markt zag hij vaak vrouwen. Hij dacht: "Misschien kom ik daar aan de slag."
Dat lukte nogal gauw. 't Leek hem best toe. 't Leek een handige meid, alles was prima in orde.
Hij kwam met die jonge vrouw overeen, ze moest maar een tijdje bij hem komen op de boerderij.
Ze waren nog niet getroud, toen kwam hij op een keer thuus.
Hij had een knecht en zoas 't froeger was, zag hij geen locht meer branden en hij steekt de lamp op. En toen ziet hij, de vrouwenbroek lag voor 't bed van de knecht.
Hij docht: "Wat betekent dit." De vrouw lag bij de knecht in bed.
Toen hing hij die vrouwebroek bij de paardepoot aan de hanebalk.
Hij had beter de raad van zijn ouders kunnen opvolgen.
Die hadden gezegd, hij moest een vrouw opzoeken, die in een huis woonde, waarvan hij de schoorsteen moest sien roken. Dat zag hij nu in.
(Dan was der nòg wat dat in die hanebalk hing. Maar dat herinner ik me niet meer. Mijn moeder heeft het mij verteld)
Toen kwam er eens een bij hem op vesite, ook een boer.
Toen kwamen ze in de schuur en die boer zag daar boven in die schuur wat in de hanebalken hangen. 't Was een paardepoot.
Hij zegt: "Wat betekent dat, die paardepoot daar?"
Die andere boer zei: Toen mijn ouders overleden waren, bleef ik alleen over. Toen moest ik een paard kopen. En toen ging ik naar de markt toe om een paard te kopen.
Maar mijn buurman had gezegd: - Laat je er niet tussennemen - Want ik was nog een jonge knaap.
Ik was overmoedig en zei: - Ik ken wel een paard. -
En ik kocht een paard op de markt.
Maar de volgende dag kreeg dat paard koliek. En het gong dezelfde dag dood aan de koliek.
Om niet wéér zo'n grap uut te halen heb ik die paardepoot boven in de hanebalk gehangen. Dan wist ik waar ik aan toe was, als ik wéér wat moest doen.
Dertig jaar later dacht diezelfde man: "Ik moet zien dat ik een vrouw krijg." Dat alleen-wezen voldeed niet vanzelf.
Hij woonde afgelegen en had niet veel gelegenheid om met vrouwen in aanraking te komen.
Op de markt zag hij vaak vrouwen. Hij dacht: "Misschien kom ik daar aan de slag."
Dat lukte nogal gauw. 't Leek hem best toe. 't Leek een handige meid, alles was prima in orde.
Hij kwam met die jonge vrouw overeen, ze moest maar een tijdje bij hem komen op de boerderij.
Ze waren nog niet getroud, toen kwam hij op een keer thuus.
Hij had een knecht en zoas 't froeger was, zag hij geen locht meer branden en hij steekt de lamp op. En toen ziet hij, de vrouwenbroek lag voor 't bed van de knecht.
Hij docht: "Wat betekent dit." De vrouw lag bij de knecht in bed.
Toen hing hij die vrouwebroek bij de paardepoot aan de hanebalk.
Hij had beter de raad van zijn ouders kunnen opvolgen.
Die hadden gezegd, hij moest een vrouw opzoeken, die in een huis woonde, waarvan hij de schoorsteen moest sien roken. Dat zag hij nu in.
(Dan was der nòg wat dat in die hanebalk hing. Maar dat herinner ik me niet meer. Mijn moeder heeft het mij verteld)
Beschrijving
Een oude, ongetrouwde boer had in de schuur een paardenpoot in de hanenbalken hangen. Toen iemand eens vroeg waarom die paardenpoot daar hing, verteld hij dat hij eens een ziek paard had gekocht. Zijn ouders waren net overleden, en hij was een eigenwijze jongen. Zijn buurman had hem nog gewaarschuwd, en daarom had hij, om zichzelf aan zijn domheid te herinneren, die poot opgehangen. Later wilde de boer graag trouwen. Weer op de markt zag hij een leuke vrouw, en hij nam haar mee naar huis. Maar na een tijdje kwam hij in het donker thuis, en zag hij haar vrouwenbroek voor het bed van de knecht liggen. Toen is hij niet met haar getrouwd, en als waarschuwing voor zichzelf heeft hij toen de vrouwenbroek naast de paardenpoot gehangen.
(Er hing nog iets, maar de verteller kan zich niet meer herinneren wat.)
(Er hing nog iets, maar de verteller kan zich niet meer herinneren wat.)
Bron
Corpus Jaarsma, verslag 855, verhaal 1
Commentaar
20 juli 1971
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21