Hoofdtekst
TM: "Wat voor argumenten heb je verder nog om mij te overtuigen dat reïncarnatie bestaat?"
RK: "Wil je overtuigd worden?"
TM: "Nou, ik wil in ieder geval horen, wat je dan voor overtuigends te vertellen hebt."
RK: "Ik heb een heleboel dingen mee... gehoord en gezien, op televisie op Discovery enzovoorts. Als je zegt: reïncarnatie bestaat, dan worden een heleboel dingen makkelijker verklaarbaar. Ik kom nou zo gauw niet op wat, maar bijvoorbeeld die tunnel van licht is veel makkelijker verklaarbaar. Als een persoon tegen mij zegt: Ik ken jou uit een vorig leven... Ten eerste was ik al overtuigd dat het zo was. Toen denk je van: hmm, dat past er dan ook mooi in. Want je zegt niet zomaar iets voor niks. Ik weet niet of je de Dalay Lama kent?"
TM: "Ja."
RK: "Dat is een reïncarnatie van een vorige Dalay Lama. Ik weet niet of je dat kent?"
TM: "Ja."
RK: "Kan je dat ook verklaren."
TM: "Dat is niet verklaard. Je zegt wat anderen ook zeggen."
RK: "Nee, dan is het verklaard, als het ware. Want dan zeg je: als het bestaat, dan is... Kijk, of ze doen een leugen en je moet het anders gaan verklaren, dan wat ze zeggen. Of het is gewoon zoals ze het zeggen. Uh, waarom denk je dat reïncarnatie niet bestaat? Laat ik dat eerst eens vragen. Waar vloeit dat uit voort?"
TM: "Nou, dan moet je er in eerste instantie al vanuit gaan dat de mens een ziel heeft, en dat die verhuist af en toe."
RK: "Dat 'ie wat?"
TM: "Dat je een ziel moet hebben en dat die ziel zou verhuizen, af en toe."
RK: "Ja. Nee, maar waarom het ongeloof van reïncarnatie."
TM: "Waar dat vandaan komt? Omdat ik me kan voorstellen dat..."
RK: "Ben je kerkelijk opgevoed?"
TM: "Nee. Want? Denk je dat dat van invloed is op het ongeloof of juist niet?"
RK: "Nou, in het begin van de pausen... De pausen, die geloofden - geloofden, wisten, een van die twee - dat reïncarnatie bestond. Dat was gewoon altijd aanvaard. In de Bijbel staat het heel wat keren enzovoorts enzovoorts. In andere woorden... nou goed, doet er niet toe. Op een gegeven moment: die pausen die hebben macht. Die hebben een hele kerk. En als jij in reïncarnatie gelooft, dan geloof je dat je leeft, altijd weer opnieuw. Dus waarom zou jij dan naar de kerk gaan? Je kan het vorige leven toch overdoen. Dan krijg je leegloop. Dat wilden die pausen voorkomen, en daarna hebben ze gezegd: nee, het bestaat niet. Dus daarom vroeg ik ook of je kerkelijk was."
TM: "Nee, dat ben ik dus niet."
RK: "Maar waarom wel?"
TM: "Waarom denk ik dat reïncarnatie niet bestaat? Nou ja, ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik kan me zo voorstellen dat mensen reïncarnatie verzinnen, omdat dat een troostende gedachte is. Want je hoeft dus niet... je kan mislukken in dit leven, en dan heb je nog een kans. En dat is heel troostend om te denken, om te weten. Want het is veel rotter om te denken: ik heb het rot, en nou ga ik zometeen ook nog dood! En dan is dat het eind van het liedje."
RK: "Wist je dat alleen mensen die, als het ware, een beetje ontwikkeld zijn - qua gedachtengang, hè, niet van: ik ben hoog opgeleid ofzo - dat juist die mensen denken dat reïncarnatie bestaat. Zij zien in dat reïncarnatie bestaat. Zij hebben zoveel dingen meegemaakt, dat het bestaat. Ze weten het dat het bestaat. Nou weet ik even niet meer waar ik heen wilde."
TM: "Ik zei dus dat het een troostende gedachte voor mensen is, en dat ze daarom in reïncarnatie geloven."
RK: "Ik weet het alweer. Die mensen die zo hoogontwikkeld zijn, die hebben geen troostende gedachte nodig."
TM: "Misschien juist wel."
RK: "Misschien juist niet."
TM: "Die worden misschien juist geplaagd door hun intellect. Mensen die er niet bij stilstaan dat ze een rot leven hebben, of die niet ontevreden zijn omdat ze er nauwelijks over na kunnen denken, die hebben dus die troost niet nodig."
RK: "Nou, ik heb niet echt een troosting nodig. Realiseer je: iedere emotie... Een excuus heb ik niet nodig, of een troostende gedachte. Ik ben wie ik ben. Je creëert je eigen gedachten. Daar kun je inkomen, neem ik aan. Je creëert je gedachten - dus ook je emoties creëer je. Als iemand zou overlijden, kun je daar verdrietig om worden, maar je kan ook feestvieren. En je ziet dat er in de wereld die wijsheid bestaat dat er feest gevierd wordt. Je kan een onvoldoende halen voor een proefwerk of een toets of wat dan ook, en als je het overnieuw moet doen... met een voldoende kun je niet blij mee zijn, en om een onvoldoende kun je juist wel blij mee zijn. Het is zo ongrijpbaar. Zodra je er een beoordeling aan gaat geven van: ik vind jouw haar niet mooi, dus ik heb een troostende gedachte nodig, als het ware, van: nou, dan heb ik reïncarnatie. Nou, dat heb ik allemaal niet nodig. Recentelijk ben ik een beetje bezig om te proberen, als het ware, minder oordeelsvorming te hebben. Bijvoorbeeld, niet zo van: groen is lelijk. Zonder groen zou je een heleboel dingen niet hebben."
TM: "Maar ik ben nu even de draad met reïncarnatie kwijt."
RK: "Waarom het een excuus zou moeten zijn, daar ging het om."
TM: "Ja, excuus klinkt weer zo negatief."
RK: "Ja, dat geef je er zelf aan! Ik zeg het net."
TM: "Ik heb geen 'excuus' gezegd."
RK: "Jawel."
TM: "Hoe moet je het zeggen? Het is zoveel prettiger leven als je ervan overtuigd bent dat je nog een tweede kans krijgt."
RK: "Weet je hoeveelste leven dit al niet is? Hahaha. Een tweede kans? Nee. Doe maar 20e of 21e, ga maar lekker door."
TM: "Maakt niet uit. Je kan het dus psychologisch duiden. Je zou het eigenlijk zo vervelend vinden als je maar één kans kreeg, dat je..."
RK: "Dat had me niet uitgemaakt. Dat had me echt niet uitgemaakt. Kijk, het leuke is van dat als je een tweede kans zou hebben, dat je ook de kans daarvóór nog hebt gehad, en dáárvoor, en dan kun je gaan kijken van... Ja, wat is trouwens het doel van het leven? Laat ik dat eerst even vragen."
TM: "Geen flauw idee. Niks"
RK: "Moet je leren, of moet je gewoon jezelf zijn, of whatever?"
TM: "Je moet helemaal niks."
RK: "Moet je ervaring opdoen, wil je - laat ik het zo zeggen: wil je..."
TM: "Ja, ik wil er wel wat van maken, eerlijk gezegd. Ik wil wel wat weten, en ik wil wel wat ervaren."
[...]
RK: "In ieder geval: je hebt een kans, en dan kun je kijken van uh... wat heb ik fout gedaan in het vorige leven? Zou ik dit leven kunnen verbeteren? Zou ik iets aan verandering kunnen aanbrengen? Kan ik wat leren eruit? Want als jij kan herinneren van wat jij in je vorige levens hebt gedaan, hoef je dat dit leven niet meer te doen."
(Interview op 9 april 2002 gehouden te Amsterdam)
RK: "Wil je overtuigd worden?"
TM: "Nou, ik wil in ieder geval horen, wat je dan voor overtuigends te vertellen hebt."
RK: "Ik heb een heleboel dingen mee... gehoord en gezien, op televisie op Discovery enzovoorts. Als je zegt: reïncarnatie bestaat, dan worden een heleboel dingen makkelijker verklaarbaar. Ik kom nou zo gauw niet op wat, maar bijvoorbeeld die tunnel van licht is veel makkelijker verklaarbaar. Als een persoon tegen mij zegt: Ik ken jou uit een vorig leven... Ten eerste was ik al overtuigd dat het zo was. Toen denk je van: hmm, dat past er dan ook mooi in. Want je zegt niet zomaar iets voor niks. Ik weet niet of je de Dalay Lama kent?"
TM: "Ja."
RK: "Dat is een reïncarnatie van een vorige Dalay Lama. Ik weet niet of je dat kent?"
TM: "Ja."
RK: "Kan je dat ook verklaren."
TM: "Dat is niet verklaard. Je zegt wat anderen ook zeggen."
RK: "Nee, dan is het verklaard, als het ware. Want dan zeg je: als het bestaat, dan is... Kijk, of ze doen een leugen en je moet het anders gaan verklaren, dan wat ze zeggen. Of het is gewoon zoals ze het zeggen. Uh, waarom denk je dat reïncarnatie niet bestaat? Laat ik dat eerst eens vragen. Waar vloeit dat uit voort?"
TM: "Nou, dan moet je er in eerste instantie al vanuit gaan dat de mens een ziel heeft, en dat die verhuist af en toe."
RK: "Dat 'ie wat?"
TM: "Dat je een ziel moet hebben en dat die ziel zou verhuizen, af en toe."
RK: "Ja. Nee, maar waarom het ongeloof van reïncarnatie."
TM: "Waar dat vandaan komt? Omdat ik me kan voorstellen dat..."
RK: "Ben je kerkelijk opgevoed?"
TM: "Nee. Want? Denk je dat dat van invloed is op het ongeloof of juist niet?"
RK: "Nou, in het begin van de pausen... De pausen, die geloofden - geloofden, wisten, een van die twee - dat reïncarnatie bestond. Dat was gewoon altijd aanvaard. In de Bijbel staat het heel wat keren enzovoorts enzovoorts. In andere woorden... nou goed, doet er niet toe. Op een gegeven moment: die pausen die hebben macht. Die hebben een hele kerk. En als jij in reïncarnatie gelooft, dan geloof je dat je leeft, altijd weer opnieuw. Dus waarom zou jij dan naar de kerk gaan? Je kan het vorige leven toch overdoen. Dan krijg je leegloop. Dat wilden die pausen voorkomen, en daarna hebben ze gezegd: nee, het bestaat niet. Dus daarom vroeg ik ook of je kerkelijk was."
TM: "Nee, dat ben ik dus niet."
RK: "Maar waarom wel?"
TM: "Waarom denk ik dat reïncarnatie niet bestaat? Nou ja, ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik kan me zo voorstellen dat mensen reïncarnatie verzinnen, omdat dat een troostende gedachte is. Want je hoeft dus niet... je kan mislukken in dit leven, en dan heb je nog een kans. En dat is heel troostend om te denken, om te weten. Want het is veel rotter om te denken: ik heb het rot, en nou ga ik zometeen ook nog dood! En dan is dat het eind van het liedje."
RK: "Wist je dat alleen mensen die, als het ware, een beetje ontwikkeld zijn - qua gedachtengang, hè, niet van: ik ben hoog opgeleid ofzo - dat juist die mensen denken dat reïncarnatie bestaat. Zij zien in dat reïncarnatie bestaat. Zij hebben zoveel dingen meegemaakt, dat het bestaat. Ze weten het dat het bestaat. Nou weet ik even niet meer waar ik heen wilde."
TM: "Ik zei dus dat het een troostende gedachte voor mensen is, en dat ze daarom in reïncarnatie geloven."
RK: "Ik weet het alweer. Die mensen die zo hoogontwikkeld zijn, die hebben geen troostende gedachte nodig."
TM: "Misschien juist wel."
RK: "Misschien juist niet."
TM: "Die worden misschien juist geplaagd door hun intellect. Mensen die er niet bij stilstaan dat ze een rot leven hebben, of die niet ontevreden zijn omdat ze er nauwelijks over na kunnen denken, die hebben dus die troost niet nodig."
RK: "Nou, ik heb niet echt een troosting nodig. Realiseer je: iedere emotie... Een excuus heb ik niet nodig, of een troostende gedachte. Ik ben wie ik ben. Je creëert je eigen gedachten. Daar kun je inkomen, neem ik aan. Je creëert je gedachten - dus ook je emoties creëer je. Als iemand zou overlijden, kun je daar verdrietig om worden, maar je kan ook feestvieren. En je ziet dat er in de wereld die wijsheid bestaat dat er feest gevierd wordt. Je kan een onvoldoende halen voor een proefwerk of een toets of wat dan ook, en als je het overnieuw moet doen... met een voldoende kun je niet blij mee zijn, en om een onvoldoende kun je juist wel blij mee zijn. Het is zo ongrijpbaar. Zodra je er een beoordeling aan gaat geven van: ik vind jouw haar niet mooi, dus ik heb een troostende gedachte nodig, als het ware, van: nou, dan heb ik reïncarnatie. Nou, dat heb ik allemaal niet nodig. Recentelijk ben ik een beetje bezig om te proberen, als het ware, minder oordeelsvorming te hebben. Bijvoorbeeld, niet zo van: groen is lelijk. Zonder groen zou je een heleboel dingen niet hebben."
TM: "Maar ik ben nu even de draad met reïncarnatie kwijt."
RK: "Waarom het een excuus zou moeten zijn, daar ging het om."
TM: "Ja, excuus klinkt weer zo negatief."
RK: "Ja, dat geef je er zelf aan! Ik zeg het net."
TM: "Ik heb geen 'excuus' gezegd."
RK: "Jawel."
TM: "Hoe moet je het zeggen? Het is zoveel prettiger leven als je ervan overtuigd bent dat je nog een tweede kans krijgt."
RK: "Weet je hoeveelste leven dit al niet is? Hahaha. Een tweede kans? Nee. Doe maar 20e of 21e, ga maar lekker door."
TM: "Maakt niet uit. Je kan het dus psychologisch duiden. Je zou het eigenlijk zo vervelend vinden als je maar één kans kreeg, dat je..."
RK: "Dat had me niet uitgemaakt. Dat had me echt niet uitgemaakt. Kijk, het leuke is van dat als je een tweede kans zou hebben, dat je ook de kans daarvóór nog hebt gehad, en dáárvoor, en dan kun je gaan kijken van... Ja, wat is trouwens het doel van het leven? Laat ik dat eerst even vragen."
TM: "Geen flauw idee. Niks"
RK: "Moet je leren, of moet je gewoon jezelf zijn, of whatever?"
TM: "Je moet helemaal niks."
RK: "Moet je ervaring opdoen, wil je - laat ik het zo zeggen: wil je..."
TM: "Ja, ik wil er wel wat van maken, eerlijk gezegd. Ik wil wel wat weten, en ik wil wel wat ervaren."
[...]
RK: "In ieder geval: je hebt een kans, en dan kun je kijken van uh... wat heb ik fout gedaan in het vorige leven? Zou ik dit leven kunnen verbeteren? Zou ik iets aan verandering kunnen aanbrengen? Kan ik wat leren eruit? Want als jij kan herinneren van wat jij in je vorige levens hebt gedaan, hoef je dat dit leven niet meer te doen."
(Interview op 9 april 2002 gehouden te Amsterdam)
Beschrijving
De verteller gelooft in reïncarnatie. Hij was eens iemand tegengekomen die hem kende uit een vorig leven. Mensen zien een tunnel van licht bij een bijna-dood-ervaring. De Dalay Lama is een zoveelste reïncarnatie. Vroeger geloofden de pausen ook in reïncarnatie, maar ze hebben het geloof erin verboden omdat het hun macht aantastte: als mensen meerdere levens de kans hebben om zich te beteren, dan lopen de kerken leeg. De dood is geen einde. Reïncarnatie geeft je de kans om het in dit leven beter te doen dan in het vorige.
Bron
Interview op 9 april 2002 gehouden te Amsterdam (bandopname archief Meertens Instituut)
Commentaar
9 april 2002
Naam Overig in Tekst
Dalay Lama   
Bijbel   
Naam Locatie in Tekst
Discovery   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
