Hoofdtekst
4. Een boer heeft 16 schapen. Allen, met uitzondering van 9, gaan dood. Hoeveel levende schapen houdt de boer over?
[Antwoord: 8; allen = 17 = 16 schapen + 1 boer; 9 overleven = 1 boer + 8 schapen]
(Toegezonden per email op 6 mei 2002 vanuit Oosterhout)
[Antwoord: 8; allen = 17 = 16 schapen + 1 boer; 9 overleven = 1 boer + 8 schapen]
(Toegezonden per email op 6 mei 2002 vanuit Oosterhout)
Beschrijving
Een boer heeft 16 schapen. Allen, met uitzondering van 9, gaan dood. Hoeveel levende schapen houdt de boer over?
Bron
Toegezonden per email op 6 mei 2002 vanuit Oosterhout
Commentaar
6 mei 2002
De vraag is niet geheel grammaticaal, aangezien "allen" strikt genomen niet kan terugslaan op dieren (of dingen), alleen op mensen. Bij dieren of dingen spelt men "alle".
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20