Hoofdtekst
In het jaar 1509 was er in het klooster van Sint-Geertruid in de Orthestraat te 's-Hertogenbosch, een klein houten beeldje der H. Maagd "in een hoekjen verschopt en bijna van de wurmen opgegeeten."
Dat was Maria onwaardig, meende zuster Hadewich van Brecht, en ze wierp het in het keukenvuur. Maar het beeldje wilde niet branden, ook al kronkelden de vlammen eromheen. Een tweede en een derde maal werd 't in het vuur geworpen, maar zonder resultaat. Toen borg een der zusters het in de keukenkast.
Drie nachten achtereen hoorde zuster Hadewich een stem, die tot haar sprak: "Sta op, neem mijn beeld uit de keuken, en vereer het," maar zij vreesde dat Satan haar bedroog.
Maar in den vierden nacht werd haar cel door een overklaar licht beschenen en de stem sprak haar wederom toe.
Toen eerst ging zij, nam het beeld uit de kast, en vereerde het zeer.
Ook na zuster Hadewich's dood bleef het beeld in hooge vereering en men bracht het naar de kloosterkerk.
Driemaal liet men het beeld herschilderen, het laatst bij een schilder in de Putstraat, maar steeds korstte de verf er af.
Na de verovering der stad door Frederik Hendrik mochten de zusters van Sint-Geertrui geen novicen meer aannemen. Trouw bewaarden zij het beeld en nadat de laatste zuster gestorven was, vinden we het terug in de bidplaats der Jezuïten in de Ververstraat, en als deze in 1720 wordt opgeheven, in hun bidplaats achter de Tolbrug. En toen in 1843 de St. Pieter werd ingewijd, vond het Mariabeeld daar een rustiger plaats.
Onderwerp
SINLEG 0172 - Das Bild, ins Feuer geworfen, brennt nicht.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Sint-Geertruid   
St.Pieter   
Maria   
Onze Lieve Vrouw   
Heilige Maagd   
Hadewich van Brecht   
Frederik Hendrik   
Jezuieten   
Satan   
Naam Locatie in Tekst
's-Hertogenbosch   
Den Bosch   
Orthestraat   
Putstraat   
Ververstraat   
Tolbrug   
