Hoofdtekst
Een Duitser, een Engelsman en een Jood staan op een flat.
Duitser: "Als ik eraf spring, vangt een engel me op".
Hij springt eraf, en ja, een engel vangt hem op.
Nu springt de Engelsman eraf, want dat wil hij ook en weer vangt een engel hem op.
Nu springt de Jood eraf, en valt dood op de grond.
De engel moet voor God verschijnen.
God: "Adolfje, Adolfje toch."
Duitser: "Als ik eraf spring, vangt een engel me op".
Hij springt eraf, en ja, een engel vangt hem op.
Nu springt de Engelsman eraf, want dat wil hij ook en weer vangt een engel hem op.
Nu springt de Jood eraf, en valt dood op de grond.
De engel moet voor God verschijnen.
God: "Adolfje, Adolfje toch."
Beschrijving
Een Duitser, een Engelsman en een Jood staan op een flat.
Duitser: "Als ik eraf spring, vangt een engel me op".
Hij springt eraf, en ja, een engel vangt hem op.
Nu springt de Engelsman eraf, want dat wil hij ook en weer vangt een engel hem op.
Nu springt de Jood eraf, en valt dood op de grond.
De engel moet voor God verschijnen.
God: "Adolfje, Adolfje toch."
Duitser: "Als ik eraf spring, vangt een engel me op".
Hij springt eraf, en ja, een engel vangt hem op.
Nu springt de Engelsman eraf, want dat wil hij ook en weer vangt een engel hem op.
Nu springt de Jood eraf, en valt dood op de grond.
De engel moet voor God verschijnen.
God: "Adolfje, Adolfje toch."
Bron
moppen opgetekend in een moppenschrift in de periode ca. 1996 - 2000 (kopie archief MI)
Commentaar
tussen ca. 1996 en 2000
Naam Overig in Tekst
Joden   
Duitsers   
Engelsman   
Engelsen   
God   
Adolfje   
Hitler   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
