Hoofdtekst
Daar was een vader en een moeder, die hadden twee kinderen, Mietje en Jantje genaamd. De vader was naar zijn werk en Jantje en Mietje zouden mosterd halen. Mietje moest helpen het potje dragen, maar op het bruggetje sloeg Jantje het potje uit Mietjes handen. Mietje ging naar huis en haalde een ander potje, zoo tot de derde maal toe sloeg Jantje het stuk. Zijne moeder was erg boos op hem en hij moest in de turfschuur gaan. Hij moest zijn handje op het hakblok leggen en hij zei: "Moeder, wat moet dat beduiden?" De moeder antwoordde: "Dat zal Jantje dan wel zien!" en zij hakte zijn handje af en zoo met zijn andere handje zijn beentjes en zijn hoofd. Zij hakte hem fijn en kookte er soep van. De vader kwam eterstijd thuis en de soep stond op tafel. De vader vroeg, waar Jantje was, maar de moeder zei dat hij stout was geweest en geen eten kreeg. Op het laatst moest Mietje kijken in de schuur en toen hij er niet was, zei de moeder, dat hij zeker weggeloopen was. Toen zij aan 't eten waren, zei de vader: "De soep smaakt raar. Het lijkt wel of er menschenvleesch in is." Na het eten schudde Mietje het tafellaken uit en de beentjes bracht zij onder den lindenboom en het leek wel of de beentjes begonnen te leven. Mietje vertelde het haar moeder en deze werd bang.
De beentjes onder de lindeboom werden langzamerhand weer een geheel en hij ging in de boom zitten en zong:
"Mijn moeder heeft mij gehakt,
mijn vader heeft mij gegeten
en mijn zusje heeft mij geschud."
Hij ging om kleeren naar een kleedermaker, naar de goudsmid om een goud horloge en een goud kruisje en eindelijk naar de molenaar om een groote steen. Toen ging hij in de schoorsteen en hij hoorde zijn vader zeggen: "O, wat ben ik ongerust over Jantje." Toen riep Jantje: "Vader, kom eens onder de schoorsteen!" en toen viel er een goud horloge naar beneden. "Mietje, kom eens onder de schoorsteen!" en die kreeg het gouden kruisje, maar toen Moeder onder de schoorsteen kwam, kreeg zij de molensteen op haar hoofd en zij viel dood neer.
De beentjes onder de lindeboom werden langzamerhand weer een geheel en hij ging in de boom zitten en zong:
"Mijn moeder heeft mij gehakt,
mijn vader heeft mij gegeten
en mijn zusje heeft mij geschud."
Hij ging om kleeren naar een kleedermaker, naar de goudsmid om een goud horloge en een goud kruisje en eindelijk naar de molenaar om een groote steen. Toen ging hij in de schoorsteen en hij hoorde zijn vader zeggen: "O, wat ben ik ongerust over Jantje." Toen riep Jantje: "Vader, kom eens onder de schoorsteen!" en toen viel er een goud horloge naar beneden. "Mietje, kom eens onder de schoorsteen!" en die kreeg het gouden kruisje, maar toen Moeder onder de schoorsteen kwam, kreeg zij de molensteen op haar hoofd en zij viel dood neer.
Onderwerp
AT 0720 - My Mother Slew Me; My Father Ate Me. The Juniper Tree   
ATU 0720 - The Juniper Tree   
Beschrijving
Jantje slaat telkens Mietjes mosterdpotje stuk op het bruggetje en zijn moeder hakt hem aan stukken en kookt er soep van. De vader eet de soep, Mietje verzamelt de botjes, begraaft die onder de lindeboom en Jantje herleeft als vogel, die zingt:
"Mijn moeder heeft mij gehakt,
mijn vader heeft mij gegeten
en mijn zusje heeft mij geschud."
Hij krijgt geschenken en vliegt naar huis, waar vader onder de schoorsteen een horloge, Mietje een kruis en de moeder een molensteen op het hoofd krijgt.
"Mijn moeder heeft mij gehakt,
mijn vader heeft mij gegeten
en mijn zusje heeft mij geschud."
Hij krijgt geschenken en vliegt naar huis, waar vader onder de schoorsteen een horloge, Mietje een kruis en de moeder een molensteen op het hoofd krijgt.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
2 januari 1892
My Mother Slew Me; My Father Ate Me. The Juniper Tree
Naam Overig in Tekst
Mietje   
Jantje   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
