Hoofdtekst
(Misschien was er wel iets meer aan, maar 't is zeker wel 48 jaar geleden, dat ik 't van onze moeder wel eens hoorde.)
Er was eens een mannetje, 't was niet wijs,
Hij timmerde een huisje op het ijs.
Toen hij een huisje had, had hij nog geen vrouw,
En toen hij een vrouw had, wist hij niet, hoe ze heeten zou.
"Knijp in de mouw heet me vrouw."
En toen hij een vrouw had, had hij nog geen knegt,
En toen hij een knegt had, wist hij niet hoe die heeten zou.
"Welopregt heet me knegt,
Knijp in de mouw heet me vrouw."
En toen hij een knegt had, had hij nog geen meid,
En toen hij een meid had, wist hij niet hoe ze heeten zou.
"Welbereid heet me meid,
Welopregt heet me knegt,
Knijp in de mouw heet me vrouw."
En toen hij een meid had, had hij nog geen kind,
En toen hij een kind had, wist hij niet hoe 't heeten zou.
"Welbemind heet me kind,
Welbereid heet me meid,
Welopregt heet me knegt,
Knijp in de mouw heet me vrouw."
En toen hij een kind had, had hij nog geen hen
En toen hij een hen had, wist hij niet hoe ze heeten zou.
"Prijs heet me hennetje,
Welbemind heet me kind,
Welbereid heet me meid,
Welopregt heet me knegt,
Knijp in de mouw heet me vrouw.
Prijs heet me hennetje,
's Avonds in een diepen kooi
En 's morgens in een bennetje."
En toen hij nu alles bij elkaar had,
Toen ging het huisje zinken,
't Mannetje verdrinken
En 't vrouwtje met naaldjes en speldjes
En kindertjes te koop.
Er was eens een mannetje, 't was niet wijs,
Hij timmerde een huisje op het ijs.
Toen hij een huisje had, had hij nog geen vrouw,
En toen hij een vrouw had, wist hij niet, hoe ze heeten zou.
"Knijp in de mouw heet me vrouw."
En toen hij een vrouw had, had hij nog geen knegt,
En toen hij een knegt had, wist hij niet hoe die heeten zou.
"Welopregt heet me knegt,
Knijp in de mouw heet me vrouw."
En toen hij een knegt had, had hij nog geen meid,
En toen hij een meid had, wist hij niet hoe ze heeten zou.
"Welbereid heet me meid,
Welopregt heet me knegt,
Knijp in de mouw heet me vrouw."
En toen hij een meid had, had hij nog geen kind,
En toen hij een kind had, wist hij niet hoe 't heeten zou.
"Welbemind heet me kind,
Welbereid heet me meid,
Welopregt heet me knegt,
Knijp in de mouw heet me vrouw."
En toen hij een kind had, had hij nog geen hen
En toen hij een hen had, wist hij niet hoe ze heeten zou.
"Prijs heet me hennetje,
Welbemind heet me kind,
Welbereid heet me meid,
Welopregt heet me knegt,
Knijp in de mouw heet me vrouw.
Prijs heet me hennetje,
's Avonds in een diepen kooi
En 's morgens in een bennetje."
En toen hij nu alles bij elkaar had,
Toen ging het huisje zinken,
't Mannetje verdrinken
En 't vrouwtje met naaldjes en speldjes
En kindertjes te koop.
Onderwerp
AT 2010 I A - The Animals with Queer Names   
ATU 2010IA - The Animals with Peculiar Names   
Beschrijving
Een mannetje bouwt zijn huis op het ijs en wil een vrouw, een knecht, een meid, een kind en een hennetje, waarna zijn huis gaat zinken en hij verdrinken..
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
The Animals with Queer Names
Naam Overig in Tekst
Knijp-in-de-mouw   
Welopregt   
Welbereid   
Welbemind   
Prijs   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
