Hoofdtekst
Ik ging zoo verre naar Holland, naar Holland,
Waar dat er een henneken zat.
Zij vroegen daar tot Amsterdam:
"Hoe heet uw henneken dan?"
"Tieptje heet mijn henneken;
'k En kan 't niet anders noemen
Als mijn henneken."
Ik ging zoo verre naar Holland, naar Holland,
Waar dat er een haantje zat.
Zij vroegen daar tot Amsterdam:
"Hoe heet uw haantje dan?"
"Koke-le-kane heet mijn hane,
Tieptje heet mijn henneken;
'k En kan 't niet anders noemen
Als mijn henneken."
-- enz. Het slotcouplet is
Ik ging zoo verre naar Holland, naar Holland,
Waar dat er een peerd was;
Zij vroegen daar tot Amsterdam:
"Hoe heet uw peerd dan?"
"Lange steert heet mijn peerd,
Bit maar toe heet mijn koe
Vuile stijn heet mijn zwijn,
Bit een bitje heet mijn geitje
Trieptje traptje heet mijn schaapje
Irmerence heet mijn ganze,
Kokelekane heet mijn hane,
Tieptje heet mijn henneken;
'k En kan 't niet anders noemen
Als mijn henneken."
Onderwerp
AT 2010 I A - The Animals with Queer Names   
ATU 2010IA - The Animals with Peculiar Names   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Tieptje   
Koke-le-kane   
Lange steert   
Bit maar toe   
Vuile stijn   
Bit een bitje   
Trieptje traptje   
Irmerence   
Naam Locatie in Tekst
Holland   
Amsterdam   
