Hoofdtekst
Er waren twee vrienden. Een van hen had een dame gekamerd, en toen hij eens onverwacht thuis kwam en naar deze toekwam, vond hij daar zijn vriend, midden in een bezigheid, waarbij je gewoonlijk geen getuigen roept. Maar die ging zijn gang alsof hij nog alleen was. De ander was stom van verbazing en zei: "Wat zie ik nou, jij me ontrouw geworden? En dat terwijl ik zooveel voor je gedaan heb? Ik heb je broers laten leeren. Ik heb je vader en moeder er boven op geholpen. En nou word-je me ontrouw met me besten vrind. 't Is bar. Wie had zooiets van je durven denken?" "Maar ik had nooit kunnen denken, dat je zoo weinig educatie had, dat je je mond niet kunt houden, zoolang ik niet klaar was (aan het werk was)."
Beschrijving
Een man, die zijn vriendin op heterdaad betrapt, verwijt haar haar ontrouw. Zij vraagt hem ermee te wachten tot ze klaar is.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22