Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK328

Een mop (brief), 1881 - 1900

Hoofdtekst

Een vrouw had slecht geloof. Komt te sterven. Aan de poort van den hemel vraagt Petrus wat ze tijdens haar leven gedaan heeft. "Ik ben hoer geweest." "Goed, ga dan maar hier binnen op dien prachtigen gouden stoel zitten." Een tijd daarna komt een zeer vrome vrouw te sterven, die zeer braaf had geleefd. Vertelt, dat ze nooit getrouwd is geweest, enz. Petrus geeft haar dan een zeer leelijke stoel met vele spijkers waarop ze zitten moet, wat haar veel pijn doet. De hoer vraagt haar wat ze gedaan heeft, dat ze daar zoo zitten moet. Ze klaagt. "O," zei de hoer, "ik heb in mijn leven wel zooveel spijkers in mijn gat gehad, dat ik die niet meer noodig heb, maar jij kunt daar nu kennis mee maken."

Beschrijving

Een hoer sterft en krijgt van Petrus een gouden stoel, een vrome oude vrijster daarentegen een lelijke stoel met spijkers, die haar pijn doen. Ze klaagt en de hoer zegt al zoveel spijkers in haar gat te hebben gehad, dat ze nu niet meer hoeft.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

eind 19e eeuw

Naam Overig in Tekst

Petrus    Petrus   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22