Hoofdtekst
Een vrouw had slecht geloof. Komt te sterven. Aan de poort van den hemel vraagt Petrus wat ze tijdens haar leven gedaan heeft. "Ik ben hoer geweest." "Goed, ga dan maar hier binnen op dien prachtigen gouden stoel zitten." Een tijd daarna komt een zeer vrome vrouw te sterven, die zeer braaf had geleefd. Vertelt, dat ze nooit getrouwd is geweest, enz. Petrus geeft haar dan een zeer leelijke stoel met vele spijkers waarop ze zitten moet, wat haar veel pijn doet. De hoer vraagt haar wat ze gedaan heeft, dat ze daar zoo zitten moet. Ze klaagt. "O," zei de hoer, "ik heb in mijn leven wel zooveel spijkers in mijn gat gehad, dat ik die niet meer noodig heb, maar jij kunt daar nu kennis mee maken."
Beschrijving
Een hoer sterft en krijgt van Petrus een gouden stoel, een vrome oude vrijster daarentegen een lelijke stoel met spijkers, die haar pijn doen. Ze klaagt en de hoer zegt al zoveel spijkers in haar gat te hebben gehad, dat ze nu niet meer hoeft.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Naam Overig in Tekst
Petrus   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
