Hoofdtekst
Van het betooverde Jacht.
Wat ik vertellen ga is lang geleden, maar het is me vast verzekerd dat het waar gebeurd is.
Er was dan indertijd een rijk heer, die er een jachtje op nahield. Nu gebeurde het dat telkens des nachts de touwen van dat schip werden losgemaakt en dat iemand zijn natuurlijke behoeften in het ruim deed. Ze konden maar niet ontdekken wie dat deed. De eigenaar liet toen de touwen door kettingen met sloten vervangen, maar dat gaf niets.
Toen besloot de knecht om 's nachts in het jacht te waken en verborg er zich met die bedoeling 's nachts in. Met klokslag twaalf hoorde hij een vervaarlijk gestommel boven zijn hoofd, en lang duurde het niet of hij merkte dat het schip bewoog: hij hoorde ook het geklots van het water. Na een tijdje lag het vaartuig weer stil. Toen het rustig bleef, kwam hij te voorschijn en ging op dek, en toen zag hij tot zijn groote verbazing dat hij in een vreemd land was. Hij ging aan wal en vroeg aan een schildwacht waar hij was. "In Oost-Indië," luidde het antwoord; "dat jacht komt hier iederen dag. Je kunt gauw een paar sinaasappelen plukken, maar dan moet je weer naar boord, als je ten minste weer wilt meevaren." De knecht deed dit en niet lang was hij in zijn schuilplaats terug, of het leven begon opnieuw. Toen het schip weer stilhield, werd een luik van het ruim weggenomen en ging iemand zijn behoefte zitten doen. De knecht trok zijn mes en gaf er een veeg mee, waarop die persoon maakte dat hij wegkwam.
Het was toen nog nacht, maar zoodra het dag werd ging de knecht naar zijn heer en vertelde al wat er gebeurd was. De heer getuigde toen dat zijn eigen vrouw een snee over haar achterste had gekregen dien nacht. Eigenaardig was dat zij niet uit bed geweest was.
Een vrouw uit Broek in Waterland voegde aan het verhaal nog toe, dat de knecht, die trotsch was op zijn avontuur, de appels op zijn hoed droeg als trofee Dit nam de kol (heks) zoo kwalijk, dat zij hem te kennen gaf, "dat ze hem wel zouden krijgen." Werkelijk is hij kort daarop bij het varen verdronken.
Wat ik vertellen ga is lang geleden, maar het is me vast verzekerd dat het waar gebeurd is.
Er was dan indertijd een rijk heer, die er een jachtje op nahield. Nu gebeurde het dat telkens des nachts de touwen van dat schip werden losgemaakt en dat iemand zijn natuurlijke behoeften in het ruim deed. Ze konden maar niet ontdekken wie dat deed. De eigenaar liet toen de touwen door kettingen met sloten vervangen, maar dat gaf niets.
Toen besloot de knecht om 's nachts in het jacht te waken en verborg er zich met die bedoeling 's nachts in. Met klokslag twaalf hoorde hij een vervaarlijk gestommel boven zijn hoofd, en lang duurde het niet of hij merkte dat het schip bewoog: hij hoorde ook het geklots van het water. Na een tijdje lag het vaartuig weer stil. Toen het rustig bleef, kwam hij te voorschijn en ging op dek, en toen zag hij tot zijn groote verbazing dat hij in een vreemd land was. Hij ging aan wal en vroeg aan een schildwacht waar hij was. "In Oost-Indië," luidde het antwoord; "dat jacht komt hier iederen dag. Je kunt gauw een paar sinaasappelen plukken, maar dan moet je weer naar boord, als je ten minste weer wilt meevaren." De knecht deed dit en niet lang was hij in zijn schuilplaats terug, of het leven begon opnieuw. Toen het schip weer stilhield, werd een luik van het ruim weggenomen en ging iemand zijn behoefte zitten doen. De knecht trok zijn mes en gaf er een veeg mee, waarop die persoon maakte dat hij wegkwam.
Het was toen nog nacht, maar zoodra het dag werd ging de knecht naar zijn heer en vertelde al wat er gebeurd was. De heer getuigde toen dat zijn eigen vrouw een snee over haar achterste had gekregen dien nacht. Eigenaardig was dat zij niet uit bed geweest was.
Een vrouw uit Broek in Waterland voegde aan het verhaal nog toe, dat de knecht, die trotsch was op zijn avontuur, de appels op zijn hoed droeg als trofee Dit nam de kol (heks) zoo kwalijk, dat zij hem te kennen gaf, "dat ze hem wel zouden krijgen." Werkelijk is hij kort daarop bij het varen verdronken.
Onderwerp
SINSAG 0513 - Die verzauberte Jacht   
Beschrijving
De touwen van een schip worden 's nachts losgemaakt, en er wordt in het schip gepoept. Het helpt niet als de touwen voor kettingen worden vervangen. De knecht van de eigenaar gaat waken. 's Nachts merkt hij dat het schip gaat varen. Als het schip aanlegt, is de knecht in Oost-Indië. Hij plukt sinaasappels als bewijs en gaat weer in het schip dat terugvaart. Als bij terugkeer iemand naar binnen poept, snijdt de knecht in de bil met zijn mes. Die nacht blijkt de vrouw van de eigenaar een snee op haar bil te hebben gekregen, zonder het bed verlaten te hebben. De vrouw blijkt een kol te zijn. [Optionele toevoeging: de knecht draagt de (sinaas)appels als trofee op zijn hoed. De kol zegt dat ze hem wel zal krijgen. Kort daarop verdrinkt de knecht]
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 17 (1905), pp. 22-23 N°63
Commentaar
1899
Verteller: een 50-jarige man uit Uitdam (roeier).
vgl. CBAK0020
vgl. CBAK0020
Naam Locatie in Tekst
Oost-Indië   
Broek in Waterland   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
