Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BOEKV189

Een sage (tijdschriftartikel), 1894

Hoofdtekst

Er was eens een boer te Vessem die door de kaboutermannekes was uitverkoren. Ze dorschten zijn graan, ze boterden den stand (1); kortom, ze hielpen hem 's nachts op allerlei manier. Maar die boer had een lui wijf. Als de kleine kereltjes druk aan het werk waren, maakte dat leven, en van het lawaai kon de vrouw niet slapen. Ze zei tegen haar man, dat haar dat gewerk 's nachts niet aanstond en dat hij er een eind [aan] moest maken. En wat die man al zei: dat het toch voordeel en groot gemak gaf, en dat de mannekes hun niets dan goed deden, het gaf niets; de vrouw zanikte zoo lang tot ze haar zin kreeg. Toen ze dus 's nachts weer hoorden dorschen, riep de boer, dat ze met die geweldmakerij uit moesten scheiden, want dat het hem verveelde. Dadelijk riep er een stemmetje, dat hij op die manier geen last meer van hen hebben zou.
Maar hij kreeg er op andere manier last van! Ze droegen korreltje voor korreltje zijn graan weg, ze schepten de zaan (2) van de roome (3), en deden hem op alle manieren schade, zoodat hij op 't laatst heelemaal verarmde.
Een andere boer legde het verstandiger aan. Om goede vrienden met de kaboutermannetjes te blijven zette hij 's avonds in den haard op den "veurstal" (4), of in de schuur, nu eens een mikken boterham (5) met een stukske ham of met suiker, of een schoteltje met roome (3) of met honing neer. Maar op een keer kreeg hij de kwade gedachte om in plaats van ham een stukske leer van eenen ouden schoen op den boterham te leggen. Toen werden de kaboutermannekes zoo kwaad, dat ze hem van dien dag af het leven zuur maakten en hem zijn plagerij deden berouwen.

1. karnden de boter. 2. room. 3. zoete melk. 4. plaats waar de koeien op stal vastgebonden staan. 5. snede wittebrood.

Onderwerp

SINSAG 0066 - Die zähe "fikkefak"    SINSAG 0066 - Die zähe "fikkefak"   

Beschrijving

Een boer wordt geholpen door de kaboutermannekes, maar zijn vrouw kan niet slapen van de herrie die ze maken, en wil dat hij er een eind aan maakt. Hij roept hen op een nacht toe ermee op te houden, hetgeen ze doen, maar ze halen zijn graan korrel voor korrel weg en scheppen de room van zijn melk, zodat de boer verarmt. Een andere boer, die altijd eten neerzet, legt een schoenzool op de boterham, maar de kabouters zijn zo kwaad, dat ze hem het hele leven zuur maken.

Bron

G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 21 (1910), pp. 222-223 N°131B var.

Commentaar

1894
Die zähe "fikkefak" Zwerge bekommen ungeniessbare Speisen (Sie kommen nicht wieder zurück oder rächen sich) & SINSAG 0064, Hilfsbereite Zwerge verspottet: das Glück wendet sich

Naam Locatie in Tekst

Vessem    Vessem   

Plaats van Handelen

Vessem (Noord-Brabant)    Vessem (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20