Hoofdtekst
Die .LXXXIIII. cluchte.
Eens papen sone, de seer hoverdich was, keef met eens borghers sone. Na langhe spitighe woorden de si metten anderen hielden, seide des borgers sone tot den anderen: 'Ghi en dorft u so niet verheffen ende so hooverdich zijn. Ghy en syt toch geen conincs sone al draecht u vader een croone op 't hooft.'
Eens papen sone, de seer hoverdich was, keef met eens borghers sone. Na langhe spitighe woorden de si metten anderen hielden, seide des borgers sone tot den anderen: 'Ghi en dorft u so niet verheffen ende so hooverdich zijn. Ghy en syt toch geen conincs sone al draecht u vader een croone op 't hooft.'
Beschrijving
Een hooghartige pastoorszoon maakte eens ruzie met een burgermanszoon. Na veel lelijke woorden over en weer zei de burgermanszoon tot de ander: U moet niet zo uit de hoogte doen. Al draagt uw vader een 'kroon' (d.i. kruinschering), u bent geen koningszoon!
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 161.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22