Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT124

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .CXXII. cluchte.

Op eenen tijt warender veele borghers soonen die welcke vrijden eens borgers dochter, die welcke sy al tesamen verachte. Ende seyde: 'Mijnen maechdom is mi soe veel weert, al wist ick schoon dat ick twee soonen crijghen soude dye alsoe heylich waren als Sint JAN ende Sint JACOB, soe en woude ick nochtans gheenen man hebben.' Ende daernae ghebuerde 't, eer dat jaer om quam ende ten eynde was, soe hadde si haer laten bedriegen ende si hadde twee soonen ter oneeren. Ende en waren noch Sint JAN, noch Sint JACOB gelijck. Daerom staet by cuysheyt wel dat men oock ootmoedich is.

Beschrijving

Een maagd had veel aanbidders, maar ze hechtte veel waarde aan haar maagdelijkheid. Ze wilde zelfs geen man wanneer ze twee zonen zou krijgen die net zo heilig waren als Sint Jan en Sint Jacob. Een jaar later had ze zich toch laten bedriegen en had ze ongetrouwd twee (niet heilige) zoons. Naast kuis, zou men daarom ook ootmoedig moeten zijn.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 212.

Naam Overig in Tekst

Sint Jan    Sint Jan   

Sint Jacob    Sint Jacob   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22