Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT219

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .CCXV. cluchte.

Een mooninc quam eens in een dorp ende en cost niet t'eten, noch geen almoese crijghen. Doen liep hi in die kercke ende luyde die misclocke. Die coster quam geloopen ende vraechde wye datter gestorven ware, dat hy also luyde. Die ordensman seyde: 'Goddelijcke liefde is in dese dorpe gestorven. Ic en hebbe gheene almoese hier gecreghen, daerom luydde ick.' Als hi ophiel te luyden, begost dye coster die groote clocke te luyden. Die moninc vraechde waerom dat hi luyde. Die coster antwoorde: 'Want u patiëncie die ghi hebben sout, is oock doot.'

Beschrijving

Toen een monnik in een dorp geen eten en geen aalmoes kreeg, luidde hij de kerkklok. Hij legde aan de koster uit dat hij dat deed omdat de goddelijke liefde in dit dorp gestorven was. Daarop luidde de koster de klok, omdat de lijdzaamheid van de monnik ook gestorven was.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 474

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22