Hoofdtekst
Van eenen die eenen esel voor een peerdt cocht.
Een edelman sant sinen knecht uut om een peert te coopen. Ende hi cocht eenen esel. Doen hi thuys quam, was die edelman seer ghestoort ende seyde: 'Wat hebdy mi dit onnosel cleyn, leelijc dinck voor een peert ghecocht!' Doen antwoorden die knecht: 'Is 't saeke dat na syn ooren so voort wast, so sal 't een schoon, hooch ende triumphant peerdt worden.'
Een edelman sant sinen knecht uut om een peert te coopen. Ende hi cocht eenen esel. Doen hi thuys quam, was die edelman seer ghestoort ende seyde: 'Wat hebdy mi dit onnosel cleyn, leelijc dinck voor een peert ghecocht!' Doen antwoorden die knecht: 'Is 't saeke dat na syn ooren so voort wast, so sal 't een schoon, hooch ende triumphant peerdt worden.'
Beschrijving
Een edelman droeg zijn knecht op een paard te kopen, maar hij kocht een ezel. Hij verklaarde: "Als hij verder groeit naar [het voorbeeld van] zijn oren, dan wordt het een mooi, hoog en vorstelijk paard."
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Bebel, 1, 99
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22