Hoofdtekst
Ruim een kwartier buiten Venlo, in de nabijheid van den Onderste-Houtmolen, lag vroeger een uitgestrekte wildernis, omsloten door een haag van dicht houtgewas; in het midden bevond zich een zandheuvel. Eigenaar hiervan was zekere Simons, volgens anderen Mons geheeten, bouwmeester van het Venlosche Raadhuis. In die woestenij werden allerlei dieren geplaatst, zoals herten, reeën, maar vooral wilde zwijnen. Daarvandaan dat zij den naam kreeg van Zwijnsberg. Alle dagen, goed of slecht weer, reed de eigenaar met zijn rijtuig uit de stad erheen. Hij volgde dan den weg vanaf de Keulsche Poort door de daar liggende tuinen, hetgeen thans nog het Monsepaadje heet; vandaar door de Lange straat en dan het veld door. Langs dien weg lag een perceel bouwland, berucht als spookterrein. Want men vertelde, dat in de omgeving van Venlo een groote schat verborgen was op een stuk land dat met een hoek naar den grooten kerktoren lag, hetgeen met dat perceel het geval was. Bovendien vond men er bij spitten meermalen gouden Spaansche munten, terwijl de bewoners uit den omtrek zeiden, 's nachts tusschen twaalf en een daar soms gedruisch te horen alsof er geschud werd met een buidel geld. Het perceel is omgeschapen in vruchtbaar tuiniersland, en op den zandheuvel werd het Venlosche kerkhof aangelegd.
Beschrijving
Bron
Motief
E371.9* - Ghostly noise indicates hidden treasure location.   
E587.5 - Ghost walk at midnight.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Simons   
Monsepaadje   
Zwijnsberg   
Keulsche Poort   
Spaansch   
Onderste-Houtmolen   
Naam Locatie in Tekst
Venlo   
Lange straat   
