Hoofdtekst
De Spekberg
In de Spekberg, in de nabijheid van Steijl, woonden, volgens ouden van dagen, zeer gedienstige kaboutermannekes.
Als de mensen daar des morgens opstonden, vonden zij er het brood in de oven gebakken, de vloeren van keuken en huis geschuurd, het graan gedorst en gezuiverd, de mest uit de stal op het land gebracht, omdat zij de vriendelijkheid der bewoners daar zeer op prijs stelden. Want voor de boeren naar bed gingen, zetten zij geregeld allerhande bereide spijzen op tafel ten eten voor de roodmutsjes. Daar ging de gedienstigheid dan ook soms zo ver, dat de alvermannekes 's nachts ongemerkt de kleine kinderen uit de wieg haalden, medenamen naar hun hoogten of onderaardse verblijven, en ze daar bakerden en verzorgden, om ze later bij de ouders weer even ongemerkt terug te brengen.
In deze Spekberg moeten voorheen ook antieke voorwerpen zijn gevonden. De inwoners van Steijl en Tegelen verhaalden met vol vertrouwen, dat de aardmannetjes uit kleine pijpjes rookten. Een zekere Hamans, die in lang vervlogen tijden in een klein huisje aan de voet van de Spekberg zou gewoond hebben, wilde met deze pijpjes-geschiedenis eens zijn voordeel doen. Hij liet nl. een aantal kleine aarden pijpjes bakken, en die op een geringe diepte in de Spekberg ingraven en verbergen. Na een paar jaar groef hij de pijpjes als bij toeval op, en liet ze overal aan zijn buurlieden zien, tot bewijs dat het rookmateriaal afkomstig moest zijn van het verdwenen aardvolkje. Hij gaf aan deze merkwaardige (?) ontdekking op allerhande wijze een grote bekendheid doch had buiten de waard gerekend. Het moet voorgevallen zijn in de periode dat Limburg nog tot België behoorde. De Belgische autoriteiten lieten echter dit gevalletje grondig onderzoeken, waarna men tot de ervaring kwam dat de slimme oudheidvorser van de Spekberg een volksbedrieger was, en zijn straf voor dit feit niet ontging.
In de Spekberg, in de nabijheid van Steijl, woonden, volgens ouden van dagen, zeer gedienstige kaboutermannekes.
Als de mensen daar des morgens opstonden, vonden zij er het brood in de oven gebakken, de vloeren van keuken en huis geschuurd, het graan gedorst en gezuiverd, de mest uit de stal op het land gebracht, omdat zij de vriendelijkheid der bewoners daar zeer op prijs stelden. Want voor de boeren naar bed gingen, zetten zij geregeld allerhande bereide spijzen op tafel ten eten voor de roodmutsjes. Daar ging de gedienstigheid dan ook soms zo ver, dat de alvermannekes 's nachts ongemerkt de kleine kinderen uit de wieg haalden, medenamen naar hun hoogten of onderaardse verblijven, en ze daar bakerden en verzorgden, om ze later bij de ouders weer even ongemerkt terug te brengen.
In deze Spekberg moeten voorheen ook antieke voorwerpen zijn gevonden. De inwoners van Steijl en Tegelen verhaalden met vol vertrouwen, dat de aardmannetjes uit kleine pijpjes rookten. Een zekere Hamans, die in lang vervlogen tijden in een klein huisje aan de voet van de Spekberg zou gewoond hebben, wilde met deze pijpjes-geschiedenis eens zijn voordeel doen. Hij liet nl. een aantal kleine aarden pijpjes bakken, en die op een geringe diepte in de Spekberg ingraven en verbergen. Na een paar jaar groef hij de pijpjes als bij toeval op, en liet ze overal aan zijn buurlieden zien, tot bewijs dat het rookmateriaal afkomstig moest zijn van het verdwenen aardvolkje. Hij gaf aan deze merkwaardige (?) ontdekking op allerhande wijze een grote bekendheid doch had buiten de waard gerekend. Het moet voorgevallen zijn in de periode dat Limburg nog tot België behoorde. De Belgische autoriteiten lieten echter dit gevalletje grondig onderzoeken, waarna men tot de ervaring kwam dat de slimme oudheidvorser van de Spekberg een volksbedrieger was, en zijn straf voor dit feit niet ontging.
Beschrijving
Kabouters doen van alles voor de mensen van de Spekberg en een zekere Hamans wilde zijn voordeel doen door kleine pijpjes er te begraven en ze later op te graven. Zijn buren waren overtuigd en weldra verspreidde zich zijn faam, maar de Belgische overheid liet de zaak onderzoeken en het bedrog kwam aan het licht.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Nederlands Limburg, Utr./Antw.1981, 46f N°2.7
Commentaar
Overgenomen uit Gerard Krekelberg: 'De Spekberg', in: Limburger Koerier do 19-6-1924 2e blad, p. 1
Dit verhaal uit 1924 is weer opgebouwd uit gegevens uit oudere publicaties en optekeningen: Ons VolkslevenIV (1892), 94f; P.N. Panken, "De kaboutermannekes te Leende" (VVUNb N°2.38); Welters 1876, 30f.
Naam Overig in Tekst
Spekberg   
Hamans   
Naam Locatie in Tekst
Steijl   
Tegelen   
Limburg   
België   
Steyl   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
