Hoofdtekst
De hallikunatie van 'n Hollènder
'n Werkloze Hollènder ('n Drentenaar naar m'n bron) was tewerkgesteld op een der staatsmijnen. 't Beviel hem daar niet te best, en hij ging toen werken op de Willem-Sophie. Of ie nu van z'n veenstreek 'n reuze ontwikkeling naar Limburg had meegebracht, zij gegist, maar hij deed alsof. Socialist geworden in merg en been, rumoerde hij tussen zijn Limburgse kompels. Hij was werkzaam bij 'n streep, die scherp stond; vanuit de galerij steeg de laag 'n 25 meter met 'n hoek van 50 graden, om dan vlakker te buigen. Men begrijpt dat 'n kooltje, niet eens zo groot als 'n vuist, maar boven in de schudgoot geworpen, naar beneden springt en vliegt en voldoende kracht heeft om iemand 'n flink gat in 't hoofd te meppen. – Dit gebeurde dan ook bijna, door de defecte schut, met J., de kompel van d'n Hollènder. J. verschrok er danig van, en zei: 'God sei dank!' – 'Zeg liever het toeval dank, makker, God staat daarbuiten!' kwam d'n Hollènder erbovenop; 'die dankerij aan jullie God is allemaal hallikunatie, jongeman. Dat hebben jullie zwartrokken nodig om van jullie ganzen te houden, g-verd...' Maar nog niet had d'n Hollènder z'n vloek geheel d'ruit, of 'n stuk kool vloog ram tegen de schut, sloeg kapot en 'n gedeelte vloog d'n Hollènder in de door 't spreken geopende mond. 'n Tand (tanden !) werd eruit geslagen, en hij moest uitvaren, heeft er meer dan drie weken mee gevierd. – 'De hallikunatie van 'n Hollènder!' lachte m'n, waarschijnlijk de Limburgse Liga gunstig gezinde, mededelende mijnwerker.
'n Werkloze Hollènder ('n Drentenaar naar m'n bron) was tewerkgesteld op een der staatsmijnen. 't Beviel hem daar niet te best, en hij ging toen werken op de Willem-Sophie. Of ie nu van z'n veenstreek 'n reuze ontwikkeling naar Limburg had meegebracht, zij gegist, maar hij deed alsof. Socialist geworden in merg en been, rumoerde hij tussen zijn Limburgse kompels. Hij was werkzaam bij 'n streep, die scherp stond; vanuit de galerij steeg de laag 'n 25 meter met 'n hoek van 50 graden, om dan vlakker te buigen. Men begrijpt dat 'n kooltje, niet eens zo groot als 'n vuist, maar boven in de schudgoot geworpen, naar beneden springt en vliegt en voldoende kracht heeft om iemand 'n flink gat in 't hoofd te meppen. – Dit gebeurde dan ook bijna, door de defecte schut, met J., de kompel van d'n Hollènder. J. verschrok er danig van, en zei: 'God sei dank!' – 'Zeg liever het toeval dank, makker, God staat daarbuiten!' kwam d'n Hollènder erbovenop; 'die dankerij aan jullie God is allemaal hallikunatie, jongeman. Dat hebben jullie zwartrokken nodig om van jullie ganzen te houden, g-verd...' Maar nog niet had d'n Hollènder z'n vloek geheel d'ruit, of 'n stuk kool vloog ram tegen de schut, sloeg kapot en 'n gedeelte vloog d'n Hollènder in de door 't spreken geopende mond. 'n Tand (tanden !) werd eruit geslagen, en hij moest uitvaren, heeft er meer dan drie weken mee gevierd. – 'De hallikunatie van 'n Hollènder!' lachte m'n, waarschijnlijk de Limburgse Liga gunstig gezinde, mededelende mijnwerker.
Beschrijving
Een Hollander, die zegt dat God er niets mee te maken heeft, vloekt en een kool spat in zijn gezicht: een tand eruit.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Nederlands Limburg, Utr./Antw.1981, 166f N°9.8
Motief
Q235 - Cursing punished.   
Commentaar
augustus 1931
zie ook: Lemmens, 1936, 70.
Gerard Lemmens, "Mijnwerkers folklore in Limburg", in: De Nedermaas jg. 9 N°1 (augustus 1931), 15
Naam Overig in Tekst
Hollander   
Drentenaar   
Willem-Sophie   
Limburgse Liga   
God   
Datum Invoer
2013-03-01 14:50:22
